jaar voor hem. Zijn beste medewerker Van Dalen is weg, er zijn grote verliezen op koopmansgoederen, teruglopende vrachten, fellere concurrentie van nieuwe ondernemingen. En dan zijn huwelijk. Treesje is zorgzaam voor hem. Alles loopt, tot in de uiterste finesses geregeld, want zij komt uit de school van tante Jannetje. Maar er ontbreekt iets. Of het zijn fout is of de hare, wreet hij niet. Is hij te koel, te hoffelijk tegen haar, te veel vreemde zodat haar reactie steeds killer wordt? Verleden jaar, toen hij pas terug was kon Treesje nog zo onstuimig zijn. Nu wisselen zij nog slechts zelden een zoen. ’s Avonds rolt Treesje zich in haar dekens op, zodat hij haar niet benaderen kan. Hij vond het eerst niet vreemd, dat zij twee stellen dekens nam voor hun brede franse bed, want zij houdt van wrarmte, terwijl hij liever dun bedekt ligt. Maar allengs die afweer, stukje bij beetje, doet hem haar handelwijze in een ander licht zien. ZwTanger is Treesje niet, dat weet hij zeer beslist. Het moet dus w7at anders zijn; een tegenzin in de liefkozing, een afkeer van zijn lichaam. Het bloed stijgt hem naar het hoofd en hij springt op. Hij ijsbeert door de kamer, een opkomende drift neervechtend. De gedachten, die hij zoeven had kwetsen deerlijk zijn ijdelheid, Langzaam komt zijn rust terug; hij gaat weer zitten, bij het kolenvuur van de open haard. Zijn ogen dwralen door de kamer en opeens ziet hij zichzèlve weer staan als kleine jongen, toen Jannetje haar bezittingen tezamen pakte om het huis van zijn vader te verlaten. Een verlangen naar tante jannetje komt in hem op. Hij zou het wollen uitgillen dat hij haar zo nodig heeft, want hij voelt zich even eenzaam als toen. Even eenzaam als toen zijn moeder Ester stierf en de bonne in le Havre van hem wegging. Zijn gedachten snellen voort. Zoekend naar lichtpunten, naar de w'armte die eens in zijn nabijheid was. En Geesje Vlielanders geest is dan opeens terug in de kamer om Eli’s ziel te overmeesteren. Want hij denkt nu zondig aan de avond dat Geesjes hete bloed zich hem aangeboden heeft. Hij hoort de lichthijgende adem weer, ziet het koperkleurige, geurende haar; het matschemerende lichaam in de kierende mantel, de geheime holten, de hunkerende ogen. Hij peilt eerst nu het verlangen van Geesje Vlielander en beseft dat Treesje reeds voor het huwelijk niet meer naar hem verlangde.
Jannetje ging naar het kantoor van Geert van der Toorn. De reder was niet aanwezig en de oudste klerk vertelde haar dat hij
263