‘Juffrouw de Niet, ik benijd Uw verloofde. Ik heb steeds gehoopt een meisje zoals U te mogen ontmoeten. Ik heb haar thans ontmoet, echter zij is niet vrij. Ik hoop dat ik toch nog een vrouw zoals U zal mogen vinden, een grote teleurstelling in mijn leven zal er mede worden uitgewist.’
Haastig heeft Treesje haar hand teruggetrokken en is stilletjes gaan zitten. Met gebogen hoofd en plukkend aan de ruches van haar crinoline. Een der vrienden zet een drinkliedje in. De stemming wordt steeds opgewekter, men vertelt elkaar geschiedenissen en belevenissen. Eli is voor zijn doen bijzonder opgewekt en verhaalt van zijn reizen, iets wat hij zelden doet. Ook Willem Honing vertelt veel, met zijn diepe stem en argeloze manlijke gebaren. Zijn wijn drinkend met forse teugen, de lippen drogend met een korte krachtige veeg van zijn pochette, de sigaar kloek in het midden tussen de lippen, krachtige wolken er langs heen blazend. Hij kijkt veel naar Treesje voor wie de avond een pijniging is geworden. Zij werpt steelse blikken naar de empire pendule; het is reeds halftwaalf en Eli denkt nog niet aan opstaan. Integendeel, hij zet een boom op over liefhebberijen en Willem Honing volgt hem in het gesprek. Hij vertelt dat hij amateur tekenaar is en veel van wandelen houdt. Deze liefhebberijen zijn ontstaan door zijn eenzaam leven ginds in West-Afrika, zijn werkterrein bij de aanleg van havens. Hij besluit met de woorden:
‘Ja, mijn waarde heer de Fuentes, zo maak ik tenminste tweemaal per week een lange wandeling. Tegen de middag begint mijn Odyssee, Dinsdags in de richting Gouda, over Hillegersberg, Vrijdags over de Maas naar Barendrecht of Beierland. Binnenkort vertrek ik weer naar Afrika en hoop dan weer eens echt uit te zwrerven, naar links en naar rechts, naar voren en terug, naar onbekende streken. Zonder bepaald doel, alleen onder Gods geleide.’
Het angstzweet breekt bij Treesje uit. Hulpeloos kijkt zij rond. Slechts één is er die haar bedrongenheid ziet, met harde hete ogen en dat is Jozef Davidson. Reeds lang heeft hij haar geobserveerd en zijn vermoeden heeft zich bevestigd. Zij kende Willem Honing en beiden hebben hun rol consequent ten einde gespeeld. Een rol die hun oplegde elkander niet te kennen, opdat Eli niets zou merken. Hij heeft echter niet kunnen peilen of de woorden van Willem Honing oprecht waren en of deze met zijn