nieuw bezoek aankondigt. Men hoort de vlugge stap van het tweede meisje, het openen van de buitendeur, het geschuifel van voeten en het gepraat van mannenstemmen. Het zijn Jozefs vrienden, die enige ogenblikken later de kamer binnenkomen. Onder hen is Willem Honing.
Treesje kleurt diep als zij opstaat om voorgesteld te worden. Luidruchtig leidt Jozef de ceremonie en met opzet laar hij Treesje en Willem Honing het laatst aan de beurt komen. De harde ogen in het slechte gezicht zien beurtelings naar Treesje en Honing. Treesje kijkt naar de grond, stamelt haar ‘aangenaam’. Heel even heeft Willem Honing geaarzeld, een fijne glimlach van herkenning was om zijn mond en de grijze ogen lachten. Maar het diepgebogen blozende gezichtje, haar stamelend woord en de blik van Eli de Fuentes, deden hem onmiddellijk reageren. Alsof hij haar nimmer had gezien, zo is zijn hoofse buiging en het korte begroetingswoord. Jozef aarzelt; de zelfbeheersing van beiden is volmaakt. Moeizaam staat Rebecca op en nodigt allen bij Je grote mahonietafel aan te schikken, want het gezelschap is te groot geworden om bij het vuur te kunnen zitten. Er is vrolijk luidruchtig gedoe, Jozef biedt sigaren aan en Rebecca heeft weer aan het bellekoord getrokken. Flessen en wijnglazen worden gebracht, ook schalen met zandkoekjes, sandwiches met gerookte zalm en kaas. Even heerst er weer een plechtige stilte als Jozef de eerste fles ontkurkt en als gastheer zijn glas tot een derde vult. Maar terwijl hij de andere glazen nu volschenkt komt de stemming spoedig terug. Men drinkt elkander toe, neemt stil en plechtig de eerste slok. Nu staat Rebecca op, leunt met beide handen enigszins op de tafel, staart een ogenblik op het glanzend witte damast en richt dan het woord tot Treesje en Eli: ‘Kinderen, nogmaals mijn hartelijke gelukwensen met je voorgenomen huwelijk. Ik ben cr van overtuigd dat het gelukkig zal worden, omdat je elkander reeds zoveel jaren kent. Dat is een grote steun in het huwelijk, want hoeveel malen gebeurt het dat men eerst te laat inzicht krijgt in elkanders karakter, opvattingen en vooral in de wederzijdse gedragingen. Eli krijgt aan Treesje een lieve vrolijke vrouw die een goede school heeft gehad en weet hoe een huishouden te besturen; die geleerd heeft gracieus gekleed te gaan en doordrongen is van het feit dat men bij brood alleen niet leven kan. En Eli heeft het voorbeeld gehad van twee reuzen in het zakenleven. Twee mannen, die zakendoen niet
255