dc verleiding te kunnen ontvluchten. En om een man te zijn en geen jongen.’
‘De ervaring rijpt niet vlugger. Want zij heeft haar eigen tijd om tot volle wasdom te komen. Je zult nog veel fouten maken en jezelf als een jongen voelen, een groentje. Zelfs als je reeds jaren getrouwd zult zijn. Maak je daarover geen zorg. Ook de tegenpartij heeft hetzelfde doorgemaakt of zal er nog doorheen moeten. En de verleiding, die kun je niet ontvluchten. Je kunt slechts hopen dat ze je niet in de gaten heeft. Want indien ze zich op je schouder zet dan helpt er niet veel meer.’
‘Ik heb toch van haar gewonnen,’ glimlacht Eli.
‘Dat dacht je maar. Nee, zij speelt nog krijgertje met je.-Misschien loop je ditmaal harder dan zij, wTant jij hebt nog jonge vlugge voeten.’
Ook Jannetje lacht nu.
‘En Eli, wat doen we?’
‘In Mei trouwen, tante als...’
‘Wat, als?’
‘Als U mij niet zo alleen laat en ’s avonds zo eens komt praten.’ ‘Eli, ik mag niet concurreren met Treesje. Maar misschien vindt zij het een enkele keer goed, dat ik kom om een mens van je te maken.’
Eli stond op en zoende Jannetje op beide wangen. In jaren was zij niet zo gelukkig geweest en de vreemde kille gewaarwording toen zij deze kamer betrad, was bij Jannetje verdwenen. Zij was weer Jannetje Kan in het huis van Isaac de Fuentes. Gezeten bij het blokkenvuur, de tweede moeder van Eli. En ditmaal kon de herinnering aan Isaacs dood de tintelende lichtjes in de ogen niet doven.
Eli de Fuentes had twee korte besprekingen met de heren van de werf, die voor de bouw van het schip had ingeschreven. Hij gaf de opdracht. Het nieuws ging door de haven en de koopmanswereld en werd steeds groter en grootser. Ook Karei Johannes van Dalen vernam het. In de eenzaamheid van zijn vrijgezellenkamer, antwoord wachtend op zijn verschillende sollicitaties, rekende en combineerde zijn ervaren zakenverstand. Maar ook zijn gevoel werkte en zijn herinneringen aan de overleden patroons, die hem gemaakt hadden. En ook zijn fatsoen mengde zich weer heftig en krachtig in zijn overpeinzingen, te meer nu
249