Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



reis en hij alleen met Jannetje. Haar alles vertellend uit zijn moeilijke, jonge leventje en altijd troost en richtlijn vindend in haar nuchter, vriendelijk of zachte antwoord. En nu voelt hij een grote leegte in zijn leven. Want hij mist een mens tot wie hij zou kunnen gaan met zijn eenzaamheid.

Hij staat stil voor de antieke porseleinkast en tuurt door de ruiten, zonder de beeldjes en het zilveren speelgoed te zien. 'Voor mijn eenzaamheid, tante Jannetje. Ik vlucht voor het gemis van U en vader en mijnheer Van Sliedrecht. Ik vlucht voor de mensen om mij heen, mensen die mij beloeren om mijn geld en mijn positie. Mensen die mijn onervarenheid hebben gezien en wachten op een fout. Om mij te bespringen en mij te vernietigen.’ Hij drukt het voorhoofd tegen het koele glas. Hij voelt de schroevende pijn in de keel terwijl hij zijn tranen terugdringt, zoals op de avond dat Jannetje weg zou gaan. Jaren en jaren terug.

‘Kom hier, Eli. Kom hier bij mij,’ zegt Jannetje.

Eli hoort dezelfde toon in haar stem als in zijn kinderjaren toen zij hem riep om hem te helpen. Langzaam, met gebogen hoofd, gaat hij naar haar toe. Jannetje heeft het kleine lederen bankje, waarop hij als jongen altijd zat, bij zich getrokken. Zwijgend gaat hij zitten, dicht tegen haar knieën, het hoofd in de handen. Zij strijkt hem over het haar.

‘Mijn jongen, er is geen weg terug. Nooit. Achter ieder jaar in een mensenleven sluit God een hek, een groot onoverwinnelijk hek. En vóór de mens staat een nieuw open, waardoor hij gaan moet, onherroepelijk, tot de dag dat hij sterven zal tussen het laatst gesloten hek en het grote onbekende. Tracht de weg niet terug te gaan en als een gekooid dier op te tornen tegen de spijlen. Gooi de herinnering van je af als een versleten kleed en treed je bruid tegemoet in vrolijke frisse kleuren. Weet je, zij heeft haar rechten om te ontvangen omdat zij zoveel geeft.’

Nog steeds heeft Eli de handen voor de ogen.

‘Het is niet alles, tante Jannetje.’

‘Ik weet het. Ik weet dat jouw bloed ook feller stromen kan al ben je uiterlijk koel en beheerst. Ik weet ook dat je een gentleman gebleven bent tegenover Treesje en óók tegenover Geesje Vlie-lander.’

Hij staart in het vuur.

‘Ik wilde spoedig trouwen, tantetje. Om een steun te hebben en

248

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.