‘Ik vroeg je wat.’
‘Ik hoorde je wel. Ik heb mets tegen je.’
‘Ontbreekt er iets? Zou je graag iets willen hebben?’
‘Is geld in jouw ogen het geneesmiddel voor alles? De toverstaf die alles in een rosé warme gloed verandert?’
‘Wat zeg je daar?’
‘Ik geloof dat ik duidelijk ben. Ik wilde dat je arm was.’
‘Trees, indien ik arm was, dan werd ik spoedig weer rijk. Ik weet niet wat het is, maar ik kan dit spel niet laten, het is mijn leven.’ ‘En ik?’
‘Jij wordt mijn vrouw. En je deelt in alles gelijk met mij. Een leven als een vorstin zul je bij mij hebben.’
‘Ik herhaal dat ik wilde dat je arm was en wat warmer voor mij.’ Verschrikt kijkt Eli haar aan. Hulpeloos verschrikt als een kleine jongen. Treesje glimlacht en staat op. Opeens is zij niet meer een onervaren Treesje, maar zij ziet er uit als een rijpe, krachtige vrouw. Een soepel bewegend, wellustig jong dier. Zij kijkt op Eli neer. Het beeld dat zoeven haar denken beheerste, vervaagt. Zij ziet hem zitten, met het mooie, scherpe, strenge profiel. De uiterst verzorgde, modieuze kleding, het smetteloze linnen. Alles aan hem is aristocratisch.
Treesje glimlacht nog steeds en dan, in een opwelling zet zij zich op zijn schoot. Zij pakt zijn hoofd tussen haar handen en zoent hem wild op zijn mond, zijn ogen, zijn haar, weer zijn mond. En de verschrikte Eli bemerkt alleen dat haar hartstocht heviger wordt. Maar hij weet niet dat Treesje in de aanvang hèm zoende en in haar groeiende passie het beeld van Willem Honing.
Er zijn vijftien gasten aan het diner, onder wie Jozef Davindson. Hij vertegenwoordigt wederom zijn moeder, omdat Rebecca uitsluitend ritueel bereid voedsel gebruikt en het begrip Kerstdiner in haar leven onbestaanbaar is. Ondanks haar pogingen is zij er niet in geslaagd Jozef tot het orthodoxe leven terug te voeren en daarom heeft zij alleen maar de schouders opgehaald, teen hij voorstelde te gaan. Jozef deed zijn aanbod niet belangeloos. Hij wilde Treesje zien; de herinnering aan het korte samenzijn op de kade heeft hem al die weken niet losgelaten. Eli zit op zijn vaders plaats, aan het hoofd van de ovale tafel. Links van hem zit Treesje en rechts tante Jannetje. En naast Jannetje zit Jozef. Het gesprek is geanimeerd en Eli is voor zijn doen nogal druk, een
239