Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



Met een ruk heeft Geesje het hoofd opgeheven.

‘Mevrouw, U verdenkt mij?’

‘Nog niet, juffrouw Vlielander. Maar ik waak over de onervaren Treesje.’

Geesje Vlielander heeft zich toen snel omgewend en met de handen voor de ogen is zij weggesneld.

Beneden in de woonkamer is Eli met Treesje. Treesje zit in Isaacs stoel bij het vuur, warmt de handen. Eli drentelt op en neer, al pratend over zijn zaken, zijn reis, zijn winsten, zijn moeilijkheden. Treesje luistert maar half, zij denkt er aan dat zij het weerzien, enige weken geleden, zo innig heeft verlangd en zo hevig gevreesd. En aan de koele hoffelijke kus denkt zij, die Eli gaf toen zij met tante Jannetje zijn huis betreden had. Een kus op het voorhoofd, zoals een vader er een geeft. Ook nu heeft Eli haar vluchtig op de wangen gezoend. Wat kan haar het huwelijkscontract schelen en het toekomstige huishouden. Wat doet het er toe of er nieuwe meubels zullen komen, hoeveel dienstboden er-zullen zijn en of er een rijtuig met een of twee paarden zal komen. Dat zijn zorgen voor later, problemen waaraan de eenvoudig opgevoede Treesje nauwelijks heeft gedacht. Zij heeft gehoopt dat Eli haar in zijn armen zou nemen, met haar zou hebben gestoeid, jong zou zijn geweest en het beeld van Willem Honing door zijn gloed zou hebben verbrand. En plotseling denkt Treesje terug aan Willem Honing. Met zijn attenties, zijn speelsheid, zijn mannelijke gezonde kracht en hartstocht. Willem Honing, een man waarbij een vrouw zich klein en geborgen voelt en toch de zekerheid heeft hem bij tijden te kunnen regeren. Angstig staart Treesje voor zich uit. Voor het eerst is er een schuchter gevoel van twijfel in haar of zij er wel goed aan doet om met Eli te trouwen. Plotseling staakt Eli zijn gedrentel. Hij gaat in de bergère zitten, waarin zovelen tegenover Isaac de Fuentes plaats namen, meestal met zorgen en moeilijkheden, zoals Jannetje en Jacob Davidson eens deden. Treesje kijkt treurig naar Eli.

Scherp ziet hij haar aan met zijn grijze ogen en Treesje kent ze opeens. Adelaarsogen.

‘Wat is er, Treesje?’

‘Niets, Eli.’

‘Treesje, waarom jok je tegen mij?’

Treesje haalt de schouders op en staart in het vuur.

238

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.