Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



troon is de zakenwereld hem genaderd en zijn staat heeft hij hiernaar aangepast. En meer geld dan hij zich veroorloven kon heeft hij betaald voor zijn glorie. Die provisie, hoe kwam hij ertoe, hij die altijd nauwlettend en eerlijk was? Hij heeft er niet om gevraagd. Eerst bedekt, toen openlijk heeft men het hem voorgehouden en de tekorten in zijn middelen hebben hem al te rap doen zwichten.

Hij gaat in een bergère zitten die bij de lege haard staat. Hij leunt met het hoofd tegen de zijklep en sluit de ogen. De ellende van zijn toestand en de vernietiging van zijn moraal zijn hem zo duidelijk geworden, dat hij nu alle energie uit zich voelt wegvloeien. Na enige tijd opent hij de ogen en ineens ziet hij het grote geschilderde portret van Piet van Sliedrecht, dat terzijde van de marmeren schouw hangt als pendant van dat van Isaac de Fuentes. Hij staart naar het gezicht van zijn overleden patroon, dat zo goed geschilderd is alsof het leefde. Lang kijkt hij naar de pientere, blauwe ogen, zolang dat hij de zijne ervoor moet sluiten. En dan vloeit zijn ellende ineen met een lichte slaap die hem overvalt. Werkelijkheid en droom smelten te zamen in deze, van zonlicht tintelende kamer. Van Dalen droomt een gesprek met Piet van Sliedrecht. En jaren later twijfelt hij nog of Van Sliedrecht niet werkelijk tot hem sprak.

Laat in' de avond spoedde hij zich naar de Vissersdijk. De hoed diep in de ogen gedrukt, de halsdoek hoog om de kin, zo klopte hij op deze lenteavond aan de deur van een huis in de smalle donkere straat.

Schichtig is hij naar binnen gegaan en eerst als hij tegenover de oude heer aan tafel zit, hervindt hij zijn kalmte. Hij kan het gezicht van de oude man nauwelijks zien, want een brandende bron-olielamp staat tussen hen in.

‘Waarom kom je, Karei?’

Van Dalen zwijgt.

‘Het is neel lang geleden, dat je mij hebt opgezocht. Het moet dus wel een heel bijzondere reden zijn, dat je je het bestaan van je vader herinnert.’

‘Vader, ik kan niet antwoorden.’

‘Dan zal ik het doen. Omdat je je schaamde voor mij. Omdat je hogerop wilde ten koste van alles. Ten koste van je vaders leed. Het zij zo. Hoeveel geld heb je wel nodig?’

Van Dalen antwoordt niet. Hij zou willen opstaan en niets meer

232

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.