geen gemakkelijke patroon aan hem hadden, want Klaas was het eerst en het laatst in z’n zaak. En dat was heel vroeg en heel laat. Hij zei niet veel, alleen kort en dreigend:
‘Zorg dac Trees nog hedenmiddag bij mij komt. Ik heb met haar te praten.’
Aaltje schrikt. Zo heeft zij het niet bedoeld.
‘Klaas, ik wou niet klikken. Ik dacht alleen dat het niet goed van Treesje was, om Eli.’
‘Dan heb je goed gedacht. Ga nu, mijn tijd is duur. Zeg haar dat ik haar beslist verwacht.’
Toen draaide hij zich om, bemoeide zich weer met de knechts en de vaten boter die in en uit het pakhuis werden gerold.
Tegen vijf uur komt Treesje naar haar broer Klaas. Hij is nog steeds bezig in het bedrijf, maar zijn Werkkleding heeft hij verwisseld voor zijn Zondagse pak. 'I'reesjc schrikt ervan, het betekent nooit veel goeds, als Klaas otHcieel is gekleed. Zijn groet is nors en direct brengt hij Treesje langs de binnentrap naar het bovenhuis. Er heerst geen weelde bij Klaas de Niet. De eenvoudige Biedermeier meubelen glimmen en glanzen, het behang vertoont een patroon van rozetten en bloemenkransen, de vloer is gelakt en er ligt een goedkoop kleed. Maar hier en daar staat een bijzonder mooi meubeltje, er hangt een enkel goed schilderij tussen de zwartwitjes. Tekenen van beginnende welvaart. Wijbrechje Meulcndijk, zijn vrouw, is in de kamer als Treesje binnenkomt. Zij zit achter de mahonietafel en heeft de thee gereed. Zij is niet knap. lir ligt een harde lijn om haar mond en haar ogen kijken triest. Zij is eenvoudig gekleed, zonder opschik. Alleen de kanten muts, die zij op de donkerblonde haren draagt is van fijne kwaliteit. Wijbrechje is een domineesdochter en stamt uit een groot gezin. Haar noodlot was, dat zij als oudste dochter eigenlijk altijd kinderen heeft gehad, van haar vroege jeugd tot haar trouwen paste zij op de steeds groter wordende nakomelingschap van haar ouders en met haar huwelijk begon de eigen stroom. Vier heeft zij er reeds in zeven jaren huwelijk. 1 in daarom is Wijbrechje niet vrolijk en zeer afgunstig op anders levende vrouwen en meisjes. Onvriendelijk begroet zij Treesje. Schenkt zwijgend thee voor haar en ook voor Klaas. En wacht.
Klaas neemt zijn kopje en gaat bij de schoorsteen staan. Zwijgend roert hij met de linkerhand zijn thee en drinkt dan langzaam, zo nu en dan tersluiks naar zijn zuster kijkend.
227