Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



welbewust gebaar een paar vrije stoelen langs de muur aanbiedt. Het duurt niet lang of de muziek zet in met een wals. De heren staan op, raadplegen gewichtig hun balboekjes en lopen, haast schrijdend, op hun dames toe. Er is veel gebuig. Révérences antwoorden en vóórt, daar zwieren de paren weg.

Treesje zit met stralende ogen toe te kijken, een lichte blos op de wangen en in het zachte kaarslicht is zij betoverend mooi. En Treesje weet dit. Aaltje is stuurser dan Treesje. Ook niet zo knap, al is zij met haar donker uiterlijk toch zeer aantrekkelijk. Maar Aaltje is somber van aard en in zichzelf gekeerd. Zij was zo niet als kind maar zij werd het op de dag toen vader Klaas voor haar ogen door de Indianen werd gedood en zij met haar broers en zusjes de hoeve in brand moesten steken. Die indrukken hebben haar nimmer verlaten. Zij is ook vol aandacht maar haar ogen zien meer dan die van Treesje en ook haar critiek is feller en juister.

Bij de tweede dans is er al enig gedrang van vriie cavaliers om de beide meisjes, want de jonge mannen hebben haar al spoedig opgemerkt. Maar Treesje, twintigjarig, fel levend en begerig Treesje, is vanavond balmoeder en daarom wil zij weigeren. Aaltje is weggezwierd in de armen van een lange danser, die tegen haar lacht en praat en zijn best doet. Treesje ziet hoe haar zusje uiterst bedeesd en dodelijk verlegen naar zijn brede borst staart en dat zij zo nu en dan vol bewondering een schichtige blik naar boven werpt. Naar het knappe vrolijke gezicht met de geweldige donkerbruine kuif en de blauwe jongensogen. En links en rechts van Treesje zit dan opeens een cavaLter. Beiden a la mode gekleed, de benen achteloos over elkander geslagen, de een spelend met zijn gouden chatelaine, de ander rokend van zijn panatella. Treesje zit kaarsrecht op haar stoel, het neusje fel vooruit, de handen die de ivoren waaier en het baltasje omklemmen in de schoot. Door haar batisten halsdoek schemert haar blanke zachte huid, haar voetpunten staan vlak aaneen en kijken even vanonder de rand van haar crinoline. En Treesjes mond is een argeloze rode roos en haar grijze zachte ogen zien angstig voor zich uit. Treesje herademt als de dans ten einde is en Aaltje haar stoel weer inneemt die snel door een der cavaliers is ontruimd. Treesje praat nu druk tegen stille Aaltje, maar zij volgt gelijktijdig met de ogen de heren die weg slenterend toch in haar buurt blijven. De volgende dans zet in. Weer is het de

224

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.