Rebecca spreekt nu zacht:
‘Jannetje, wanneer ik U zo hoor, dan dien ik niet bij U te komen voor opbeuring en steun, doch U bij mij. Want melancholie is niet in mij, maar opstand. Ik ben sterker dan U. . . ik zal U steunen.’
En Rebecca heeft Jannetje naar haar huis begeleid, ondanks haar moeilijke lopen.
Toen Isaac de Fuentes stierf was Eli op reis, langs alle factorijen van de firma. Jannetje heeft bericht van Isaacs dood gezonden en Eli antwoordde dat hij zijn werk wilde afmaken alvorens terug te keren. Hij heeft Jannetje verzocht toezicht op zijn zaken te willen houden en haar een volmacht gezonden. Maar de houding der klerken is niet welwillend voor Jannetje Batelaan met haar weinige zakenroutine. De laatste tijd is er wel enige verbetering in haar verhouding tot de administratie van Piet van Sliedrecht & Cieen de eerste schrijver met procuratie, Karei Johannes van Dalen, heeft na twijfelend beraad besloten enig toezicht van juffrouw Batelaan te aanvaarden. Echter, de strijd blijft en woedt als een veenbrand ondergronds voort. En op een avond in April bestelde Jannetje haar vaste huurrijtuig en ging naar het huis van Rebecca Davidson.
‘Hier ben ik,’ zei zij eenvoudig toen Johanna haar naar de woonkamer had gebracht. Verrast is Rebecca opgestaan uit haar leunstoel bij de haard.
‘Welkom Jannetje.’
Er is vreugde op Rebecca’s oude gezicht. Vreugde en overwinning. Dan volgen mildheid en bescherming.
Zij leidt Jannetje naar de grote leunstoel tegenover haar en ordonneert thee met toebehoren aan Johanna, die verbaasd naar het gezicht van haar mevrouw heeft gekeken. Rebecca zet zich tegenover Jannetje en knikt haar bemoedigend toe.
‘Ik droom toch niet, jannetje?’
‘Nee, mevrouw, ik ben hier in levenden lijve, met al mijn zorgen.’ ‘Laat dat mevrouw weg, jannetje. Twxe vrouwen op onze leeftijd die zoveel beleefd hebben? Na zoveel in één kring gedwarreld te hebben om één kaars? En met zulke verzengde vleugels? Rebecca ben ik voor je.’
Jannetje knikt dankbaar. Deze hartelijkheid had zij niet verwacht bij deze harde, verbitterde vrouw.
219