Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



enige maanden dat is al veel. Daarin ligt dan de waarde uitgedrukt die mijn leven voor al degenen, die je noemt, heeft gehad. En Isaac, dat is goed: men moet leven met de levenden. Ik hoop dat de Schepper erbarmen heeft en mij laat gaan, nu, hedennacht, morgen. En dat ik niet verder wegrotten zal, beetje bij beetje, maar dat ik met één klap eruit geslagen word. Dat is het laatste wat ik nog verlang.’

Piet sluit de ogen, het is alsof hij gaat slapen. Zacht staat Isaac op om zich te verwijderen; even kraakt zijn stoel. De reder opent de ogen.

‘Blijf nog wat, mijn beste. Het is misschien niet zo prettig, die sombere praat, maar ik verbeeld me dat jij die wel horen kunt, jij die straks ook de rekening zult sluiten met een nadelig saldo.’ Isaiic is weer gaan zitten. Een grote melancholie maakt zich van hem meester. Hij sluit de ogen, denkt en denkt. Brokken uit zijn leven gaan hem voorbij. Na lange tijd kijkt hij naar Piet, die hem aanziet, spottend, naar hij zich verbeeldt.

‘Ik wil graag je zoon nog eens zien en spreken, Isaiic. Maar wacht niet te lang met mijn verzoek. En dan, de zaken, hoe loopt het?’ ‘Goed, te goed voor twee oude mensen aan het einde.’

‘Je zult in het gareel moeten blijven tot Eli het over kan nemen!’ ‘Het heeft toch geen waarde, zei je zoéven,’ lacht Isaiic bitter. ‘Dat is het vreemde, het heeft geen waarde en men is er aan gehecht,’ fluistert de reder.

‘Het is het brood voor de tijd dat wij hier zijn, die tijd om onze soort in stand te houden. Veel w:aarde, Piet, heel veel. Voortplanten zonder eten?’ lacht Isaac, ‘dacht jij dat het mogelijk was?’ Ook Piet glimlacht:

‘Misschien bekijk ik het te somber, een reactie op vroeger, toen ik het zelden was.’

Plotseling houdt de reder in, hij denkt aan de avond van Keeltjes dood toen hij zich verdrinken wblde.

‘Kom veel, Isaac, kom veel en vertel mij van de zaken, dat zal mij goed doen en nu zou ik graag gaan slapen.’

Behoedzaam heeft Isaac hem toegedekt. Huiverig en naargeestig is hij huiswaarts gekeerd. De eerste sneeuwT van het jaar viel in koude, natte vlokken op hoed en jas en schoenen.

Voort snelt de tijd; de maanden tikken in het eeuwige uurwerk, door winter en voorjaar en zomer en herfst. Piet van Sliedrechts

200

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.