Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



ben je niet bij mij gebleven, waarom niet teruggekomen, al die keren dat ik je met woorden en blikken gevraagd, gebeden heb? Was ik je dan niet goed genoeg? Heb ik je dan zo lang laten wachten dat je het me niet meer vergeven wilde? Ik dacht dat ik vergeten kon, alles en je alleen nog zou zien als een lieve goede vriendin. Maar het lukt me niet, nooit zal het me lukken. Zodra ik je in mijn nabijheid heb is alles weer terug, mijn liefde, mijn verlangen en mijn hartstocht voor je. En steeds zie ik je verder van mij afdwalen, steeds wanneer ik je weer eens spreek zijn er dingen tussen ons, toestanden waardoor wij weer verder van elkander zijn afgedreven. Als een dwaallicht ben je voor mij uit, ik volg je en volg )e tot in het moeras, de dood. Wat is dat, Jannetje lief?’

Zij staart op het glas dat zij in haar beide handen houdt en zegt eenvoudig:

‘Gods wil, Isaac.’

‘Waarom Gods wil en met die van de satan?’

‘Ik voel het, Isaac,’ vervolgt Jannetje, ‘als ik alles, mijn hele leven, terug zie en overdenk, dan is het een lange moeilijke strijd voor mij geweest, ik heb gezien en veel geleerd. Een ervaren mens ben ik geworden. God heeft ervaren mensen nodig, Isaac, mensen die dit ook weten. Zij krijgen hun taak, zij hebben iets om door te geven aan de volgende generatie. Zie nu, Bas is dood; ik heb een klein kind groot te brengen en de maatschappij in te leiden. Martha is waanzinnig en jonge mensen zijn aan mijn zorgen toevertrouwd. Het is wel heel duidelijk te zien welke taak mij in deze wereld is gegeven.’

‘En het Opperwezen treft mij dan hard en ontzegt mij het kleine beetje gelukenhoort niet mijn verlangen naar jou,'zegt Isaac bitter. Bruusk zet Jannetje haar glas op de tafel, loopt nerveus naar het venster en staart naar buiten. De Fuentes is weer gaan zitten, drinkt langzaam zijn wijn terwijl hij Jannetje aandachtig opneemt. Hij ziet haar mooie, ernstige profiel maar ook haar bleekheid en de nervositeit die door zijn woorden over haar gekomen zijn. Fel breekt het uit haar los:

‘Isaac, schaam je, schaam je, want je bent ondankbaar. Wat heeft de Schepper je al niet gegeven; een rijk leven, een mannenleven, een zoon, rijkdom en aanzien en. .. een vrouw, weliswaar kort, maar een vrouw die er zijn mocht, knap, jeugdig, verstandig en een gezonde moeder. Dit was het mooiste geschenk van God

193

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.