berustend ‘Ja’ gezegd en de kajuit stil verlaten. En in de Oudejaarsnacht van 1847 stond Bas Batelaan zelf aan het roer om rond de Kaap te komen in een razende storm.
Met man en muis vergaan; dat is de boodschap die Geert van der Toorn werd gebracht door de waterschout en dat was eerst in Maart van het jaar 1848.
Het was ook in Maart 1848 dat Martha de Niet, Jannetjes zuster, geestelijk zieker en zieker werd en niet rn^er in staat was het huishouden te besturen. De kinderen zijn nu allen groot. Haar oudste jongen Klaas is reeds achttien jaren en is werkzaam in het zuivelbedrijf; dan volgt Anton met zestien jaar, Geert met veertien, dan komt Treesje met twaalf, Aaltje met tien en het jongste meisje Jannetje is negen jaar. Met grote zorg heeft tante Jannetje de voortwoekerende ontreddering gadegeslagen en zoveel mogelijk gedaan. Nu, nadat zij het doodsbericht van Bas heeft ontvangen, heeft zij niet lang geaarzeld en overlegd: zij is besloten dit huishouden te leiden en er een moeder te zijn. Haar leven wil zij geven aan haar eigen jongen en aan haar zusters kinderen. Met voortvarendheid heeft zij een groot huis gehuurd op de Leuvehaven en in Mei 1848 heeft zij er met al de kinderen haar intrek genomen. Met vaste hand en feilloze organisatie zoals in de tijd, toen zij huishoudster was bij Isaac de Fuentes, bestuurt en bedisselt zij tot zegen van allen. Innerlijke rust en tevredenheid zijn over haar gekomen. Het drukke, bezige leven laat niet veel tijd tot denken aan Bas Batelaan zaliger of aan Isaac de Fuentes, die zij in twee jaar niet meer heeft gezien. Zij weet dat hij er weer is en de eerste dagen van zijn terugkomst heeft zij hard gevochten om niet naar hem toe te gaan. Trouw aan Bas en de gedachte nu een einde te maken aan haar zonde heeft haar er van weerhouden.
Ook de Fuentes heeft haar niet opgezocht; zijn oude trots en koppigheid en zijn teleurstelling, dat zij er op de avond van zijn thuiskomst niet is geweest, hebben hem teruggehouden. Maar de onrust en het verlangen zijn nog niet gedoofd in deze drie en zestigjarige en op een avond in dit mooie voorjaar staat de rijzige Isaac in de woonkamer van Jannetje Batelaans huis met een bos witte, blanke seringen vooreen gelukwens in haar nieuwe woning. Hij is weer i la mode gekleed; uiterst verzorgd zijn de nu geheel wit geworden haren en baard. Zijn hoofd is wel iets
191