En hij heeft de hele avond, stil en met innig genoegen gezeten, genietend van zijn sigaar. Gezegende en geadelde ouderdom van een man, aan wie niemand vraagt naar bezit of kennis, maar tot wie iedereen opziet met stille hoffelijke eerbied.
De avond is snel omgevlogen en het is reeds ver na middernacht als de laatste gasten haastig in hun rijtuigen zijn gestegen om huiswaarts te keren. Dan staan vader en zoon in de rommelige kamer, die riekt naar sigarendamp; met lege glazen, links en rechts.
‘Nu mijn jongen, ben ik thuis en het zal wel enige tijd duren alvorens ik weer wegga.’
‘Het was heel lang, vader.’
‘Ruim anderhalf jaar. Heb je me gemist?’
‘Erg vader.’
De Fuentes klopt zijn zoon op de schouder, met zachte bemoedigende tikjes.
‘Daar ben ik blij om.’
Even heerst er een diep zwijgen, de zoon ziet op naar zijn vereerde vader. Dan legt Isaac zijn sterke handen op Eli’s hoofd en zegent hem. Twee uur slaat de klok. Met een zacht woord zendt de Fuentes zijn zoon naar bed. Nu is hij nog alleen op in zijn huis, want ook het personeel heeft hij naar bed gestuurd met de opdracht enige uren later dan gewoonlijk te beginnen. Flij loopt door zijn kamers, rokend van een dunne panatella, nu en dan nippend van een glas cognac, dat hij zich heeft ingeschonken. Hij loopt en denkt, staat eens stil voor een schilderij, een meubel, dat hij aandachtig bekijkt. De Fuentes is onrustig, gedachten stormen op hem af, herinneringen, vragen en antwoorden. En ineens is daar klaar en duidelijk de gedachte, welke de oorzaak van zijn onrust is en die hij vergeefs tracht te ontlopen. Een harde koude waarheid: Jannetje was er vanavond nietl
Bas Batelaan zeilde gevaarlijk met de theeclipper van Geert van der Toorn, een middelgrote reder. Het volk keek er elkander eens aan, maar zei niets omdat de kapitein een grote naam had. De stuurlui werden bezorgd en mompelden onder elkaar. Op het kantje reed Bas Batelaan een storm af en de eerste stuurman vatte hem aan en vroeg het waarom.
Dreigend vroeg Bas Batelaan hem of hij de spreuk kende: ‘Naast God de schipper van mijn schip.’ En de stuurman heeft
190