Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



leven de reder, genietend van het kostelijke maal, de wijnen en de goede sigaar bij het dessert. Na het diner komen vrienden en bekenden om de Fuentes te begroeten, want het nieuws is snel zijn kring rond gegaan. Daar is Anatole Daumer. Plotseling staat hij in de kamer. Na hoeveel (aren? De Fuentes weet het niet, het kan hem ook niet veel schelen, hoeveel jaren verlopen zijn na Madeleines brief en de breuk met zijn krijgsmakker. Nu hij er weer is, deze slanke jongensachtige oude heer, sterk verouderd, maar nog steeds elegant, kan Isaac zich niets meer herinneren. Hij drukt zijn vriend de hand, terwijl hij iets verslikt en hij praat met hem alsof hij hem gisteren nog had ontmoet.

Daar is ook Rebecca Davidson, de gastvrouw van zijn zoon. Ook zij stond ineens in zijn kamer, stil en eenzaam te midden van al die gasten. Hij is snel op haar toegegaan. Zijn lange stille handdruk zei alles, deelneming met het grote verlies, troost, vriendschap en hulp. Rebecca heeft diep gezucht van opluchting. In haar binnenste had zij een zware strijd gestreden alvorens dit huis weer te betreden. Waarom weet zij niet en nu het eenmaal gebeurd is, komt alles haar lachwekkend voor en zij is blij nu weer eens onder mensen te zijn en de sombere eenzaamheid van haar huis te zijn ontvlucht. Isaac heeft haar zijn eigen stoel aangeboden en zij voelt dit als een grote eer, hier in dit huis, waar zoveel groten der stad op deze avond komen en gaan om de beide handels- en scheepvaartvorsten te zien en te begroeten.

Doch niet alleen de groten zijn gekomen, ook kleinere en kleinsten. Daar is ook Bennie Alter, oeroude Bennie, nu diep in de tachtig met zijn spierwitte baard, eerbiedwaardig als een aartsvader. Moeizaam en schuifelend lopend, leunend op zijn stokje, doch met nog heldere pientere ogen en in het volle bezit van zijn geest. Hij is gekomen in zijn beste kleren, gekocht van het geld. dat jannetje hem in opdracht van de Fuentes heeft gebracht. Hij behoefde niet te dringen in de overvolle kamer om de gastheer te kunnen bereiken; men ging eerbiedig terzijde voor Vader Tijd. Lang en krachtig schudde Bennie de hand van de Fuentes en hij zei niet anders dan:

‘God zij geloofd, dat U d’r gezond is w eer gekomme.’

En als Isaac hem een gemakkelijke stoel heeft doen brengen, zegt hij nog:

‘Let U nou maar niet meer op mijn, ik zit hier nou met menoege en kijk maar eens toe.’

189

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.