Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



daar? Waarom heeft Hij niet alles onveranderlijk eerlijk verdeeld en de mens gelijkgestemde gedachten gegeven, zodat allen gelijk zijn en elkaar niet bedriegen?’

Rebecca is sprakeloos; hoe komt de jongen aan die overpeinzingen? Van God? Zij wordt koud bij de gedachte en zij moet haar geloof en al haar starre orthodoxie te hulp roepen om te antwoorden:

‘Eli, kun jij je voorstellen dat God een bedoeling had toen Hij de wereld en de mensheid schiep zoals zij is? Kun je begrijpen dat Hij de gedachten die jij hebt, opzettelijk in je hoofd heeft gegeven, opdat je zult streven ernaar te leven, te proberen ertoe te komen dat de ene niet meer heeft dan de ander, dat de één de ander niet meer bedriegt? God wil dat de mens begrijpt; niet redeloos leeft als een dier; dat hij door eigen inzicht hoger komt en beter wordt.’ ‘Waarom liet God moeder verdrinken?’ vervolgt Eli bitter.

‘Er zijn dingen die wij niet vragen mogen en alleen moeten aanvaarden. Hij heeft dit zo gewild en dan zij het zo. God straft ook, soms tot in het derde of vierde geslacht. Misschien is je moeders heengaan een straf, niet voor haar maar voor je vader of voor jou. Misschien zijn je vader of jij nu dit derde of vierde geslacht.’ ‘Ik begrijp het niet, al die omwegen van God om een doel te bereiken, terwijl Hij van den beginne af alles had kunnen maken zoals Hij het graag wilde: geen nood en geen diefstal, geen oorlog en geen bedrog. Nee mevrouw, God is er niet of Hij is anders dan U en tante Jannetje me vertellen. God, Die een mens, die zich niet bewust is kwaad te hebben gedaan, straft door zijn moeder te doden of een ander, die haar kinderen heeft verdedigd, gek te laten worden, dat is een vreemde God. En al die beesten, die elkaar opvreten en al het bloed, dat er vloeit in de dierenwereld, is dat ook Gods schepping? En de gedachten die ik hierover moet hebben, is dat ook Gods wil? Ik kan het niet begrijpen, mevrouw. Ik word zo moe in mijn hoofd van al dat denken.’

‘Je bent op de verkeerde weg; vraag niet zo veel, maar geloof. Geloof dat God er is, dat Hij het goed met ons meent, dat Hij nooit onrechtvaardig iets doet en dat Zijn schepping, hoe vreemd in onze ogen ook, zo moet zijn zoals Hij haar maakte en dat over duizenden en duizenden jaren de mensen eerst het waarom zullen zien. God is! Laat die gedachte de leidraad zijn voor je verder leven.’

178

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.