Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



was op bezoek bij haar zuster Martha de Niet toen de kruier hem bracht. Nerveus en schichtig als een schoolmeisje heeft zij hem in haar reticule gefrommeld; Bas Batelaan was op reis voor zijn zaken, een dankbare gedachte voor Jannetje toen zij de brief aannam. Nu, nadat zij het dienstmeisje naar bed heeft gestuurd, nog enige huishoudelijke dingen heeft verzorgd en haar zoontje opnieuw heeft toegedekt, heeft zij zich knusjes in haar bed genesteld. Met plezierige gebaren en met een, van verwachting, schaamte en zelfverwijt, diep blozend gezicht, opent zij de brief.

‘Liefste Jannetje.’

Even sluit zij de ogen, want haar hart bonst. En de schrik over de ontrouw is diep in haar gedrongen.

‘Liefste Jannetje.

Dit zou een traditionele brief moeten worden, beginnende met een vraag naar je gezondheid en welvaren en een verzekering, dat de mijne nog goed in orde is. Maar mijn leven is hier zo anders, dat ik alle conventies vreemd en drukkend voel. Jannetje, dit is een land, dat ik vroeger had moeten kennen. Nu is het alleen geschikt om een grijsaard melancholiek te maken en zijn levensavond in al zijn felle duidelijkheid voor zich te doen zien. Ik had in mijn jonge jaren hierheen moeten trekken, in iaren, waarin ik jou reeds had moeten kennen. Samen hadden wrij hier een leven moeten beginnen, ver weg van de steden, op die oneindige vlakten met niets dan de zon, en de wolken boven ons. Hier zou mijn eeuwige onrust zich gestild hebben en bezonken zijn in bloeiende eindeloze akkers, in kudden vee, in een grote, de streek beheersende, hoeve. Hier had ik mijn zoon Eli geboren gewenst uit jouwr lichaam en zien opgroeien tot een man, één met de oergrond, waarin zijn vader de eerste spade zou hebben gezet; één met de kudde, die ik zou hebben samengebracht. Jannetje, hier heb ik gezien, hoe mijn leven dat van een ander is geweest. Ik heb de tijd verleefd als soldaat en koopman en ik was beide. Wat ik ben, was ik niet; boer! Nu is het te laat. Na zestig jaren is het tijd zich gereed te gaan maken voor de grote reis, en niet om gedachten te hebben over levensidealen, waarvan men zich in jonge jaren niet bewust wras. Ik weet, dat ik ondankbaar en oneeriijk ben tegen mijn overleden vrouw, maar wanneer ik dat niet beseffen wilde, dan zou die oneerlijkheid nog groter

170

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.