worden en zij werd huichelarij. Ik ben ondankbaar omdat ik de jaren vergeet, dat zij een goede trouwe vrouw voor mij was, ik ben oneerlijk omdat ik mijzelf steeds heb gedwongen te geloven, dat ik zovéél van haar gehouden heb, dat nooit een ander haar zou kunnen verdringen. En dit is wél gebeurd, Jannetje. Jij hebt haar verdrongen. Al dat vroegere is vervaagd en jij staat daar fel belicht in een reeks van beelden, die tonen hoe alles in mijn leven anders had kunnen zijn; een jonge, forse de Fuentes op zijn hoeve, met een jonge, warme, blonde Jannetje als vrouw. Met kinderen? Ik weet het niet, want Eli beheerst geheel dit beeld. Nee, ik zie geen andere dan Eli tussen ons, Jannetje. Jannetjelief, het koortsbeeld van deze gedachten heb ik ingezien en daarom keer ik zo spoedig mogelijk terug om van de werkelijkheid nog wat te genieten, je zo nu en dan eens tegen te komen of je in de verte te zien. Ik kan je nu ook wel schrijven, dat ik ernstig van plan ben geweest nimmer terug te keren en om Eli naar hier te laten komen. Ik heb je willen vergeten, of liever, ik heb verder willen leven alleen met de herinnering aan jou. Maar jij was sterker en er was ook een doodnuchtere stem in mij, die vroeg voor wie of wat ik mijzelf pijnigen en kastijden moest. Wat voor doel het had, mijzelf duizenden mijlen van je af te houden, terwijl ik vlak bij je kon wonen om je te zien, tegen je te lachen en te praten. Onze zaken breiden zich uit als een olievlek, ik word er soms angstig van. Niet om de geldelijke risico’s want wij zijn sterk genoeg, maar Piet van Sliedrecht is geen jonge borst meer en ik evenmin. Twee oude heren in opbruisende zaken, als dat maar goed gaat! Hadden wij maar zoons, die nu onze taak konden overnemen. Wij zullen het moeten doen, voorlopig tenminste, met andermans zoons en daar zijn goede onder, dat verzeker ik je, Jannetje. Mijn innige hoop is, dat ik zo oud mag worden, dat ik Eli op zijn plaats zal zien en dat zün leiding de toets zal kunnen doorstaan. Verder heb ik nog enige verzoeken aan je. Ik doe ze aan jou, omdat jij mijn Jannetje bent, ik wilde haast schrijven mijn vrouw.
Aan mijn bankiers heb ik opgedragen tienduizend gulden te jouwer beschikking te stellen; ik zag gaarne, dat je hiervan naar eigen inzichten gebruik maakte om arme mensen stilletjes wat toe te stoppen. Weet je, ik heb buiten mijn zaken enig geld verdiend door deel te nemen in een bijzonder geslaagde speculatie. Volgens Bijbels voorschrift is een tiende voor de armen, zo du9
171