Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



‘Stil, dat mag je niet zeggen.’

‘Ik wil het zeggen. Ik zou het willen uitschreeuwen want het doet me goed te zeggen zoals het is; niet verder te hopen en te verlangen naar iets dat toch niet komt. Nee, vrouw, zo is het goed, zo is het best, wij weten het nu.’

'Jacob, Jacob, spreek het niet uit,’ roept Rebecca. Zij is haastig opgestaan en naar het bed gelopen waarin Davidson zich heeft opgericht om het te verlaten. Ze poogt hem te weerhouden om op te staan en duwt hem terug in de kussens. De wanhoop geeft haar kracht. Zij weet als vrouw van deze fanatiek vrome Jood, wat er gebeuren gaat; zij weet dat hij wil opstaan, en zich kleden. Dat hij gewikkeld in zijn gebedsdoek, zijn zoon wil doodverklaren. Zij weet dat hij daarna een lichtje zal branden voor de dode en treur over hem zal zitten en dat niets in dit leven hem er toe zal kunnen brengen zijn zoon te erkennen. Al zou Jozef een voetval doen en smeken om vergiffenis en herkenning, hij zou over hem heen stappen als over een dood dier, onberoerd, onverbiddelijk.

‘Rebecca, laat me gaan, ik beveel je, laat mij opstaan.’

‘Nee,’ huilt Rebecca, ‘je zult het niet doen, je zult het niet doen, het is ook mijn zoon.’

Hijgend ligt Jacob weer in de kussens; hij voelt zich zeer vermoeid. Rebecca heeft hem nu losgelaten doch staat nog bij het bed, schokkend van verdriet maar vastbesloten te verhinderen dat haar kind gevloekt wordt. Jozef mag dan zijn wat }acob zegt, hij was haar lieveling en voor hem heeft zij het meest pijn gehad toen zij hem baarde.

Het is nu stil in de kamer.

‘Bekkie, ben je daar nog?’

Het is Rebecca vreemd te moede. Hoeveel jaren is het geleden dat Jacob haar Bekkie noemde. Dat was toen ze nog zeer jong waren en er nog hartstocht tussen hen was. En hij haar ook liefkoosde met haar naam.

‘Ja vadertje, ik ben er.’

‘Bekkie, ik zal het niet doen. God zal ons niet straffen want wij hebben het niet verdiend. Hoor je, Bekkie lief, op een dag komt Jozef als een voornaam man naar hier en hij zal zijn ouders eren met zijn grootheid en zijn naam.’

‘Ja, vadertje.’

‘Misschien hebben wij wel schuld, moeder, misschien hebben wij

167

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.