Jacob Davidson heeft zich reeds ter ruste begeven, want de laatste tijd voelt hij zich niet goed. Rebecca is met de brief van Isaac op de slaapkamer gekomen en kijkt vol verwachting toe, totdat de kleine kerkvoogd zich in bed heeft opgericht. Zij schuift een paar kussens achter zijn rug en plaatst de kaars zó dat hij kan lezen. Hij ziet er oud uit met zijn slaapmuts en zijn ijzeren bril. De kaars maakt zware schaduwen op zijn gezicht en ais Rebecca hem aankijkt bonst haar hart, want zij heeft de dood gezien op Jacobs gelaat. Met bevende vingers verbreekt hij het cachet en het stijlrijke krachtige schrift van Isaac de Fuentes is zichtbaar geworden. Hij schrijft:
‘Beste vrienden: nu ik hier enige maanden ben, moet het er nu eens van komen om U beiden te schrijven en U te berichten over mijn doen en laten. Allereerst wil ik echter informeren naar Uw beider gezondheid; ik vertrouw dat deze nog geheel in orde is bij zulke vitale personages als gij beiden zijt. Ik heb hier eerst even moeten wennen en de eerste dagen voelde ik mij niet best in orde, een overblijfsel van de overwinning van mijn grote vijand, de zee. Ik kan U niet beschrijven hoe anders hier alles is in vergelijking inet Uw beschaafd en geordend land, dat uit de verte gezien een perfecte machine is. Maar dat zal U wc! nauwelijks interesseren, ik hoor reeds in gedachten Uw vraag: ‘Hebt gij Jozef gezien en gesproken?’ En, lieve mensen, dat heb ik, door louter toeval. (Ip een reis naar een onzer factorijen in het Westen heb ik hem ontmoet. Hij stapte in het pakhuis op het moment, dat ik er de boeken van onze magazijnbeheerder controleerde. Hij kwam om zijn voorraden aan te vullen. Want, beste Davidson, de appel is niet ver van de stam gevallen. Ook hij handelt in kledingstoffen. Voor dat doel trekt hij met een ossewagen door het land; en de wagen, de dieren en de zware gouden horlogeketting op zijn buik gezien hebbende, lijkt mij zijn negotie niet onvoordelig. U kunt beiden gerust zijn, hi) is een boom van een kerel geworden, verweerd en stoer. Ons wederzien was een grote vreugde en hij heeft mij wel een uur lang uitgevraagd over U en Uw huis. Het deed mij groot plezier hem goede berichten te kunnen geven en hem te kunnen mededelen, dat gij U geheel hersteld hebt van de zakelijke verliezen uit het verleden. Spontaan neeft hij mij ongevraagd een verklaring gegeven van het feit, dat hij U nimmer geschreven had. Hij kan
165