Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



‘Jannetje, het heeft geen doel wonden open te rijten die nauwelijks genezen zijn en het heeft ook geen zin een argwaan te wekken die geen reden van bestaan heeft. Onze wezens hebben zich gescheiden, er is geen terug meer en geen omweg naar het uitgangspunt. Laat het thans blijven zoals het is.’

‘Waarom ga je weg, Isaac?’ vraagt Jannetje zacht.

‘Om alles, voor de zaken en voor mezelf, voor jou.’

Het laatste zegt Isaac schor, zijn handen omvatten de stoelleuning, de aderen zwellen aan zijn slapen, met moeite onderdrukt hij de opkomende drift.

‘Om mij behoef je toch niet te gaan, Isaac? Het is toch uit tussen ons. Wij kunnen toch verder leven als goede kameraden.’

‘Nog niet, ik heb dit leed nog niet overwonnen. Misschien zal het daarginder gebeuren.’

‘Het mijne is ook niet overwonnen en ik wil het ook niet overwinnen. Ik wil het bij me blijven dragen tot mijn levenseinde. Als een voelbaar bewijs dat ik je van houd, tot het laatste,’ fluistert Jannetje.

‘Ik domoor,’ zegt Isaac gesmoord, ‘ik duizendvoudige ezel, dat ik je gaan liet uit deze handen, dat ik je niet genomen heb als een matroos, zonder plichtpleging. Je niet in mijn armen getrokken en tot mijn vrouw heb gemaakt. Waarom beb ik dat niet gedaan? Waarom heb ik de oude hidalgo in mij laten heersen, waarom heb ik niet alle beschaving weggetrapt?’

‘Stil, stil toch, Isaac, dit is overspel in woorden. Ik ben toch een getrouwde vrouw.’

Isaac springt op, rusteloos loopt hij door de kamer, angstig volgt zij hem met de ogen. Dan staat hij voor haar, met een korte krachtige duw tegen haar kin dwingt hij haar naar hem op te zien met haar zachte grijze ogen.

‘Scheidt van hem, Jannetje,’ klinkt het hard en ruw.

Huilend schudt zij van neen.

‘Dat heeft hij niet verdiend en ik heb een kind van hem. Isaac, mijn jongen, kun je dan niet zo van mij houden. Alleen maar als Jannetje, jouw Jannetje; ik heb het zo zwaar.’

‘Neen, ik wil jou, ik zal steeds terugkomen en het je lastig maken, tot mijn dood zul je geen rust van me hebben. Ik verteer eraan, dat weet ik. Aan jou en aan die Rus, maar het is goed zo, het is mijn leven geworden.’

‘Eli is je leven, Isaac.’

156

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.