voor Orthodoxe gemeenteleden. Ik mag veronderstellen meer in onze heilige boeken te hebben gestudeerd en gevorst dan U en mijn mening is dat de Messias nog niet is gekomen en nog lang niet komen zal. Zo is dus iedere actie voor terugkeer tot Zion voorbarig en zo tegen Gods inzettingen en daarom met alle kracht af te wijzen.’
‘Meheer de parnas, U spreekt als van boeke. Alles wat U doet en zegt wordt beheerst door de boeke en nog eens de boeke. Alles verstand, alles wijsheid. Waar blijft het gevoel, meheer Davidson? Ken U zich indenke dat er mense benne, die zegge: me gevoel zegt dat de tijd daar is om de verbanning te beëindigen? Die zegge: nou motte we beginne en niet wachte op de Messias, die niemand kent en die niemand aan ons ken voorstelle? Dat ken U niet, meheer de parnas, omdat U levend dood is, dood door de letter en door de sjproch uit de boeke, dood voor het gewone dagelijkse leve, dat gewone, ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ ‘Mijnheer Alter vergeet, dat het die door hem beschimpte boeken zijn, die ons volk al die eeuwen hebben behouden en ons hebben laten voortbestaan en dat moet zo blijven. Want het is de geest die eerst komt en dan het materiële. Vergeet niet Genesis I, 2: En de Geest Gods zweefde op de wateren.’
Jacob Davidson heeft niet rechtstreeks Bennie Alter geantwoord, doch in het algemeen tot de omstanders gesproken.
‘Ik ben geen geleerde as U, meheer de parnas. Ik ben een oud man, een ongeletterde, die van kindsbeen heeft gezwoegd en gezworreve, die vreugde en leed voor tien levens heeft gehad en die alles om zich heen heeft zien teruggenome worre door het Opperwezen en maar één ding heeft moge behoude en dat is zijn gezond verstand. Ik zal met U niet trede in discussie over de Schrift, hoewel ik op Uw aanhaling had kenne antwoorde, dat als de geest op de wateren zweefde er eerst water, stof, is geweest en toen de geest erover zweefde. Nee, dat zal ik niet, want U gooit me dood met tekste, die ik niet meer ken of nooit van heb gehoord. Maar ik zal U zegge wat ik gezien heb in achtenzeventig jaar levenswandel, meheer de Parnas. Allereerst komt er brood en dan komt er kleding en dak en dan, meheer de parnas, komen de geest en de boeke. Daarom, Uwes boeke, die moge er zijn, maar niet te veel op de voorgrond als een volk opnieuw beginne mot.’
Bennie Alter staat op. Zijn sigaar is opgerookt, hij is kennelijk
153