Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



het doelloos is om na zoveel jaren hierin nog te wroeten. Maar dat is mijn verstand, mijn gevoel zal steeds in opstand komen, tot mijn dood toe; of, totdat hij zijn ongelijk eerlijk bekent en mijn ziel gereinigd zal worden door zijn absolutie. Hij zegt, dat mijn rekening bij God is belast met een verbrand dorp in Rusland, de dood door koude en ellende van vrouwen en kinderen, en roof. En als hoofdpost, hoor goed, Jacob, de dood van een rabbijn, een verbrande synagoge en vertrapte, verscheurde en geblakerde wetsrollen.’

Ontzet is Jacob Davidson diep in zijn stoel gedoken. Met trillende handen en zenuwachtig knipperende ogen beziet hij zijn gastheer, die doorvertelt, in de verte starend, nogmaals al dat gruwelijke belevend.

‘Hij heeft zijn woord gebroken en heeft mij verlokt tot die daden die ik heb genoemd. Hij heeft mij verleid datgene te doen wat tegen mijn eer is en dat mij aanvreet. Alleen hij kan mij de rust terug geven, alleen hj kan zeggen:

‘Ik ben de schuldige, ik heb U ertoe gebracht door mijn woordbreuk, gij deed toen Uw plicht terwille van Uw soldaten en Uw land en daarom zijt gij onaangetast en Uw eer is niet bevlekt.’ Niets van dat alles, Jacob! Als een wildgeworden barbaar laat hij mij staan en slingert het in mijn gezicht een gewone moordenaar te zijn, die in het grote boek van het Opperwezen een rekening heeft. Hij heeft zijn woord gebroken en de gevolgen daarvan hebben een deel van mijn rust verstoord.

En nu de gebeurtenis, Jacob.

Wij kwamen terug van Smolensk en mijn afdeling was in de achterhoede, één van de laatste korpsen. Tegen de avond hadden wij een dorp bereikt dat nog betrekkelijk onbeschadigd was. Niemand was er te zien, geen mens waagde zich buiten. Ik had bevel gegeven hier kwartier te maken en de mannen begonnen de hutten open te breken om onderdak te zoeken voor de nacht. Uiteraard ging dat niet zachtzinnig, de bevolking kwam langzaam te voorschijn, maar gemoord werd er niet. Toen kwam hij, Lachowitzky, een jonge kerel; en zocht mij op. Hij vertelde mij, dat het een Joods dorp was, dat hij de koster was van de synagoge en gezonden werd door de rabbi om tot een accoord te komen, ten einde het dorpje te sparen. Ook ik was jong, Jacob, nog niet zo heel veel jaren van de ghettoschool en de eerbied voor de rabl oniem zat nog diep in mijn bloed. Ik liet nnj bij hem

142

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.