‘Maar een sigaar wil ik graag van je hebben.
Als beiden vol behagen de eerste trekjes hebben gedaan, vraagt Isaac aan Davidson:
‘Wat heb je me te verzoeken?’
‘Het is vreemd, Isaac,’ antwoordt de kerkvoogd, ‘ik kwam hier voor een doel maar nu ik hier zo rustig en vriendschappelijk bij je zit, zou ik dit haast willen verschuiven tot later en nu alleen maar samen wat roken en praten over niemandalletjes.’
Isaac knikt welwillend, begrijpend.
‘Wat het ook is, Jacob, onze vriendschap zal het niet vertroebelen.’ ‘Zo ernstig is het nu ook weer niet. Kijk eens, Isaac, er is hier een Poolse rabbijn aangekomen op doorreis naar Amerika. Hij zamelt geld in voor de Poolse geloofsgenoten, die naar Palestina willen emigreren en de middelen voor de tocht niet hebben, en het zonder hulp ook nooit zullen krijgen. Zijn aanbevelingsbrieven zijn eerste klas en de lijst van intekenaars laat namen zien, die er mogen zijn. Ik behoef het verdere doel van mijn komst wel niet uit te leggen.’
Nog steeds knikt Isaac de Fuentes nadenkend. Hij voelt niet veel voor deze reizende, bedelende rabbijnen. Zij zijn dikwijls als de middeleeuwse bedelmonniken en hun reputatie is meestal slecht. Nu Davidson hem vooruit al tracht gerust te stellen omtrent de zaak van zijn beschermeling, wril hij dit zonder meer aanvaarden. Hij zou het ook doen, indien de man in kwestie van twijfelachtige roep was, alleen om de oude goedhartige kerkvoogd een plezier te doen. Plotseling komt Isaac een beeld van die morgen voor de geest en hij vraagt aan Jaco'o:
‘Is die Poolse rabbi blind?’
‘Ja, hoe weet je dat?’
‘Dan heb ik hem al ontmoet. Hij was in gezelschap van die Russische leraar Lachowitzky, hun optreden was vreemd.’ Jacob kijkt Isaac onderzoekend aan en zegt:
‘De Fuentes, het is terwille van de vervolgde rasgenoten dat ik mij inspan voor hen, anders zou ik mij misschien nog wel bedenken, want hij heeft vreemde opvattingen en zegt dingen die met de Thora niet in overeenstemming zijn. Ook Lachowitzky staat buiten onze kringen; naar ik gehoord heb, ken jij hem beter.’ ‘Wat zegt die Pool voor vreemde dingen?’
Jacob Davidson haalt de schouders op.
‘Misschien zijn ze voor dat land niet vreemd. Zij openbaren ons
140