Lachowitzky is in gezelschap van een magere man van middelgrote gestalte, gekleed in de Poolse Jodenkleding van kaftan, kaplaarzen en ronde vilthoed. Als de Fuentes en Lachowitzky elkander zien, blijven zij plotseling staan en bespieden elkander als twee vechtlustige dieren. De metgezel van Lachowitzky loopt enige passen door maar de Rus pakt hem krachtig bij de arm waarop de Pool roerloos blijft staan. Isaacs ogen richten zich naar hem en zij zien, dat deze man blind is. Twee donkere ingevallen oogholten staren Isaac aan; het gezicht is benig, de kaken vast opeengeklemd onder de korte donkere baard, de mond groot, een spleet. Dit vreemde, onaardse gezicht is onbeweeglijk gericht naar Isaac de Fuentes en deze wendt onwillekeurig de ogen af.
‘Erkent U Uw woordbreuk en Uw ongelijkP’ zegt Isaac somber en zonder verdere inleiding in het Russisch tot Lachowitzky. Minzaam glimlachend antwoordt deze:
‘Nooit, kolonel, nooit! Heeft U Uw geweten reeds gezuiverd van overval, roof en kerkontwijding?’
Driftig stampt Isaac met zijn wandelstok op de marmeren plavuizen van het portaal en dreigt:
‘Ik zal U neerslaan, arglistige woordbreker.’
‘Heeft het Opperwezen U de dood van de rabbijn vergeven? En die doodgevroren kleine kinderen,’ sart de Rus, steeds hoffelijk glimlachend. Dreigend heft Isaac zijn stok. Lachowitzky wijkt niet, kijkt Isaac vast in de ogen. Dan doet de Poolse man een stap naar voren en plaatst zich tussen de beide tegenstanders. ‘Doelloos’, is het enige dat de Pool in het Russisch zegt en Isaacs stok zakt langzaam. Hij kijkt naar hem, belangstellend, grimmig en vraagt:
‘Wie bent U?’
‘Ik was,’ antwoordt de blinde Pool en wijkt enige passen terug. Ondanks de heftige woorden van daarnet kijkt Isaac vragend naar Lachowitzky. Deze heeft nog steeds de sardonische glimlach op zijn gezicht. Nu knikt hij langzaam en nauwkeurig zegt hij:
‘Dit was een Poolse rabbijn, nu is het een door Uw grote Keizer verminkte. Wat hij zal worden, heer de Fuentes. daar stelt U toch wel geen belang in.’
Geërgerd wendt Isaac zijn ogen af, stapt op de Pool toe en dicht voor hem staande zegt hij:
138