het orthodoxe leven heeft de Fuentes enige tijd zijn zorgen doen vergeten. De laatste uren zijn omgevlogen en hij heeft zich zelfs naar huis moeten reppen.
Als hij dan eindelijk thuisgekomen is, vindt hij Eli reeds te bed. Jannetje heeft bij uitzondering niet met het avondeten gewacht, zodat Isaac voor zich alleen gedekt vindt in zijn zitkamer aan de Maaskant. Nadat hij zijn gebruikelijke kwartiertje aan Eli’s bed heeft doorgebracht, zet hij zich aan tafel. Tot zijn verwondering dient Jannetje niet, doch het eerste meisje serveert met de pijnlijke nauwkeurigheid die Jannetje in dit huis heeft ingevoerd, het avondeten voor haar eenzame patroon. Het verwondert Isaac eigenlijk niet, dat Jannetje zich niet laat zien. Hij vermoedt, dat haar intuïtie haar heeft gewaarschuwd voor wat komen gaat en hij weet van zichzelf, dat men dit soort dingen liefst zo lang mogelijk uitstelt.
Het houtvuur in de schouw is op deze laatste Aprildag nog aangelegd en Isaac is erbij gaan zitten in zijn grote stoel en heeft een sigaar opgestoken. Zijn woelende drift, omdat Jannetje zich niet heeft laten zien, ebt weg.
Hij vindt het wel prettig zo, geen uiteenzettingen, voor beiden geen vernederingen. Laat hij toch de patroon blijven, die koel en hoffelijk zijn huishoudster zal gelukwensen, als zij te eniger tijd haar voorgenomen huwelijk zal bekendmaken. Hij zal haar dan zijn oude Spaanse adel tonen in de vorm van een groots geschenk, hij zal haar en Bas Batelaan in al zijn voornaamheid laten voelen, dat hij hun beider broodheer was.
Hij voelt zijn acht en vijftig jaren voor de eerste maal in zijn leven. Een oude voorname weduwnaar, het leven nog slechts gericht op één doel: zijn zoon gevormd aan de maatschappij te geven en alle persoonlijke ambities en hartstochten uit te bannen; een man te zijn, gezien en geacht en gevreesd, een der eersten der stad, hoog en eenzaam. Zijn gedachten dwalen af, stukken uit zijn leven komen hem voor de geest, zij worden zichtbaar in de vlammen en verteren erin.
Vrouwen rijen zich aaneen, hij gedenkt ze zonder hartstocht, koel analyserend, zijn houding in een situatie beschouwend, glimlachend, somber, onverschillig.
Dan is daar Jannetje. Zachtjes is zij binnengekomen en hij heeft haar eerst opgemerkt, als zij naast hem staat. Langzaam kijkt hij naar haar op, de lijn volgend van haar heupen, de borsten, de
127