Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



beseft hij een innerlijke drang naar iets, iemand te bezoeken. Hoe meer hij de havens nadert, hoe meer hij bespeurt, dat iets hem onmerkbaar drijft. Hij weet niet hoe hij gelopen heeft, wat hij onderweg heeft gezien, maar opeens staat hij voor de theeclipper, de ‘Theodorus’.

Argwanend ziet het scheepsvolk de hun onbekende man naar het schip komen. Een vaag gevoel zegt hun, dat dit doelbewust aan boord komen niet door een vreemde geschiedt en het weerhoudt hen te lachen om het onervaren beklimmen van het schip door een heer in wandeltenue. Ze nemen zelfs de muts af op de vraag van de Fuentes waar de schipper te e inden is en brengen hem met veel waarschuwingen voor touwen en luiken naarde kapiteins-hut, want ze hebben begrepen, dat dit een van de reders moet zijn. Isaac de Fuentes ziet de schipper van de ‘Theodorus’. Hij weet nu, dat Piet van Sliedrecht gelijk zal krijgen, dat het doelloos voor hem is om te vechten. Niet omdat Jannetje zich van hem heeft afgekeerd, maar om deze mens, Bas Batelaan. Een lange, slanke, haast magere man met grijze, verre ogen, een rechte, smalle neus met twee scherpe vouwen ter weerszijden van de neusvleugels, een vastberaden mond en kin.

De wangen van dit gebruinde gezicht beginnen in te vallen, het spierwitte volle haar steekt fel af. Zijn sterke handen houdt hij op de rug, terwijl hij even gebogen loopt. Waar hij gaat of staat beheerst hij de omgeving; een onbestreden meester. Bas Batelaan is bekend om zijn zwijgzaamheid en hoeveel woordenstromen heeft hij doen ophouden, door slechts naar de spreker te kijken met zijn verre, wetende ogen. Vele schepen heeft Batelaan gecommandeerd en er nimmer één verspeeld. Maar op een mensenleven heeft hij niet gekeken om schip er bemanning te redden, als hij bij storm het volk het want injoeg om doek te minderen. Maar nooit heeft een bemanning gemuit, want ook zichzelf heeft Bas Batelaan niet gespaard.

Zwijgend kijkt hij naar Isaac de Fuentes. Hij kent zijn rechten, hij is de schipper, de enige heerser aan boord en een ieder zal zich hier eerst aan hem moeten voorstellen, al was het de koning zelve. ‘Ik ben de Fuentes, de compagnon van Uw reder.’

‘Welkom heer.’

Nooit zegt Bas Batelaan ‘mijnheer’. Zijn gevoel van vrij man is zo groot, dat het woord mijnheer hem haast lichamelijk hindert. Na het welkom is er weer zwijgen. Het is aan Isaac om te zeggen,

125

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.