terwijl zij onvermijdelijk tot een ongelukkig huwelijk had moeten leiden. Gelukkig voor haar is de misstap van die man gekomen en met goed fatsoen is de verloving verbroken. Nu komt het medelijden, beklag van deze goede gemeente en men verwacht, dat zij nu zeker een oude vrijster zal worden, die zuchtend en lijdend zal trachten verder te leven. Prijs U gelukkig, mevrouw, dat U een dochter heeft met karakter en moed.’
‘Moed, is dat nodig voor een vrouw?’ vraagt Rebecca zacht. ‘Meer dan voor een man, mevrouw. Een man kan gebrek aan moed in zijn leven verbergen achter zijn bewegingsvrijheid. Een vrouw is op haar plaats genageld en de hele marteling zal zij moeten meemaken tot het bittere einde, tenzij.. ..’ Isaac zwijgt plotseling.
‘Mijnheer Isaac, U was en U blijft de revolutionnair van de Franse tijd; wij zijn nog niet zover en komen er misschien ook niet. Onze gedegen Hollandse en Joodse opvattingen laten de handelwijze van Susanne niet toe. Weet U, dat ik eigenlijk in treur moest zitten over dit kind?’
Isaac staat bruusk op. Hij is getroffen door dat ‘treur zitten’ over een kind; ook voor hem heeft een vader het dodenlichtje ontstoken, terwijl hij springlevend met de Franse legers meetrok om de rechten van de mens over Europa te brengen. Hij heeft er toen om geglimlacht en in gedachten de oude vader bespot om zoveel onwijsheid. Als oudere man heeft hij de pijn gevoeld, zoals de striem van een zweepslag eerst later gaat gloeien. En nu dreigt, dat hij toeschouwer zal worden bij de vervloeking en doodverklaring van een leven, een verstoting uit een familieverband, omdat men jong is en leven wil naar eigen inzicht en een nieuwe lente wil zijn in de eeuwige jaarwisseling van de geslachten.
‘Mevrouw Davidson, ga dan terug naar Uw man en zie, dat hij U helpt met zijn godsdienst en zijn wetten.’ Isaac is bleek, als hij vervolgt: ‘Over mij heeft men ook in treur gezeten. Was dat met reden? Zie mij eens aan, was er reden om mij te vloeken en te bannen? Nee mevrouw, met deze middelen houdt gij geen gezin bijeen en ook geen Joods volk.’
‘Mijnheer de Fuentes, het spijt mij.’
‘Ik moet dat betwijfelen, mevrouw, want IJ kunt in deze paar minuten niet van inzicht veranderd zijn; dat duurt jaren en eerst nadat U gezien zult hebben, dat Uw dochter en Uw zoon tot
115