spreekt hij vloeiend Frans, wat Madeleine bijzonder vertedert. Hij heeft veel te vertellen en schijnt een bijzondere slag te hebben om met vrouwen om te gaan, zodat Madeleine nu ook van harte de uitnodiging van Anatole herhaalt om voor enige dagen hun gast te zijn. Deze enige dagen worden echter weken en tot grote verwondering van Anatole en Madeleine verveelt hij hen niet. Ondanks zijn bijzondere opvattingen, blijkt hij toch een bescheiden man te zijn met weinig behoeften en wensen. Bovenal echter trekt zijn altijd opgewekt en zonnig humeur en zijn bereidwilligheid om iets te doen voor anderen. En zijn zucht om altijd iets te leren uit gesprekken, zelfs uit dat met een kind, waarvoor hij een aandacht heeft als voor een volwassene.
Hij heeft zijn nieuwe omgeving ook goed beoordeeld, want talrijk zijn de uitnodigingen, die de vriendenkring van Anatole tot hem heeft gericht en de kinderlijke man heeft met groot genoegen uitgerekend, dat wanneer hij systematisch de logeerpartijen afwerkt, hij wel ruim een halfjaar onderdak en voeding zal hebben.
Anatole wijst hem er echter op, dat zijn methode, om door geldleningen i fonds perdu in zijn financiële behoeften te voorzien, in dit land moeilijk te verwezenlijken zal zijn. Madeleine schaft raad. Ze weet nog wel niet van de lening van honderd gulden, maar haar intuïtie zegt, dat vandaag of morgen de arme Rus wellicht bij hen zal aankloppen en tegen deze idee komen alle, in Madeleine gereïncarneerde, rentenierende Franse voorouders in opstand.
Zij zegt hem, dat hij een beroep moet gaan uitoefenen en ze zegt hem ook welk: tolk en leraar in de Russische talen.
Rabbijn Lachowitzky is plotseling vol enthousiasme en zou onmiddellijk willen beginnen. Maar wanneer hij met zijn gastvrouw tot de slotsom komt, dat hij geen sou heeft om te kunnen beginnen - want men moet het toch even kunnen uitzingen - , dan is hij ook ineens geweldig treurig. Madeleine heeft dan een harde strijd met zichzelf gestreden en Lachowitzky een lening van vijfhonderd gulden uit haar privé-vermogen aangeboden met het uitdrukkelijke beding niets, maar dan ook niets hiervan, aan haar man te vertellen. Als goede en zuinige Fran9aise doet zij het echter niet zonder ontvangstbewijs en een rente van drie procent, maar daar is mets tegen; men kan goede vrienden zijn en toch zakelijk. De dankbaarheid van de rabbijn is niet te be-
107