Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



Vroeg in de morgen rijdt de boer, gekleed in zijn beste zwart in een sjees met dubbel span paarden naar Rotterdam om een vermoeide en verhuilde Jannetje uit haar nachtwake te verlossen. Hij brengt haar de goede tijding van het behoud van jongeheer Eli en met welgevallen rusten zijn blikken op de knappe vrouw. Hij maakt zich breed, beschermend en gewichtig. Hij voelt zich in zijn goede kleding, met zijn stevige sjees en het prachtige span, de rijke boer, vrij op zijn grond en meester over vele knechten.

Ook is hij hoffelijk en hij weet het. Maar de valiezen, die Jannetje mee zal nemen, gevuld met kleren voor Eli en haarzelf, tilt hij niet in de sjees, nee hij geeft alleen aanwijzingen hoe ze te leggen aan de zwoegende dienstmeisjes. Wel helpt hij Jannetje instijgen en hij wil niet kijken naar haar mooie benen die tot de kuiten te zien zullen zijn bij het instappen, maar hij doet het toch. En tijdens de rit naar zijn hofstede zit hij kaarsrecht met gepresenteerde zweep en kijkt vele malen naar de babbelende, opgeluchte vrouw en zijn gedachten zijn zondig. Hij worstelt met de duivel en overwint hem niet. Het bloed bruist door zijn aderen en hij voelt zich opnieuw jong en voor het eerst in zijn leven is er spijt, als hij het span het erf op drijft. Jannetje installeert zich op de hoeve, want de boer heeft Isaac nadrukkelijk gezegd, dat Eli de hofstede niet mag verlaten alvorens hij geheel hersteld is en de dokter begroot de tijd op een week. En omdat de boerin het druk heeft, is Jannetje nu gehaald en allen zijn tevreden met deze oplossing.

De volgende dag rijdt de boer Isaac naar de stad terug. Onderweg wil de Fuentes het gesprek brengen op betaling van de gemaakte kosten, doch de boer heeft met strenge blik en woorden Isaac duidelijk gemaakt, dat men naastenliefde en Christenplicht niet moet omzetten in geld. Hij wenst niets te aanvaarden dan de vriendschap van mijnheer de Fuentes en zijn zoon.

Isaac heeft geen aard in zijn huis, nu Eli en Jannetje weg zijn. De dienst wordt door de meisjes verricht, of Jannetje er was, doch de sfeer is weg. Hij heeft geen geduld om op zijn lievelingsplekje bij het venster te zitten. Zijn sigaar smaakt hem niet en hij dwaalt rusteloos door zijn huis.

Hij is op Eli’s kamer, alles betastend en bekijkend en hij zit er zelfs een uurtje doelloos voor het venster. Ook is hij op Jannetjes kamer gegaan; nog nooit is hij er geweest sinds Jannetje

99

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.