steeds zo goed met zijn Mare en zijn Debbie.’
‘Hoe moet ik u danken, Engel des Heren?’
‘Dank is alleen aan God. Ik ben slechts zijn eeuwige knecht. Want er is geen gisteren en er is geen morgen. De eeuwigheid is heden.’
Ik sloot mijn ogen.
En zonk op mijn knieën.
En bad.
Voor Debbie, mijn leven.
14 november 1966
291