‘Komt prachtig uit. De filiaalhouders moeten zakelijk worden doorgelicht. Wie geschikt is mag z’n zaak kopen op gemakkelijke condities. Wie het niet is moet omzien naar wat anders en de zaak wordt te koop aangeboden op de vrije markt.’
‘Ze kunnen los niet bestaan, meneer Koerlander.’
‘Als ze los niet kunnen bestaan hebben ze gebonden ook geen levenskracht. Terug naar de zelfstandige hardwerkende winkelier. En maandag beginnen.’
‘Oké,’ zei Josafat ferm. Geber knikte, maar niet meer vijandig. Hij zag het. Opeens.
‘Drie. Werp je met de essences zoveel mogelijk op de verder verwerkende industrie. Willen jullie de research wat uitbreiden om nog meer en andere chemische watertjes te maken, ik vind dat goed. Joop, zoek agenten over heel de wereld. Van die kittige zelfstandige kerels die niet al te rijk zijn. Die gaan eropuit om te verkopen en hun living te maken. Die eigen kantoren, behalve Londen, Parijs en Berlijn, opdoeken. Die zijn te duur en die kerels denken dat ze een lijfrente genieten.’
‘Nou, nou, vader, een lijfrente?’ riep Josafat.
‘Ja, jongen. Ik weet zeker dat er in jullie bedrijf mannen en vrouwen in functie zijn, die in hun eerste betrekking tegen zich zelf zeiden: Zie zo, m’n pensioen of m’n lijfrente is begonnen.’
Geber begon te lachen, zei eerlijk:
‘Meneer Koerlander, die zijn er! Die zijn er veel te veel!’
‘Nog iets. Ik heb gezien dat jullie in het voorjaar een marktonderzoek hebben laten doen voor een flesje kin-der-eau-de-cologne. Op het artikel ga ik niet in, maar wel op de oplichtersbende die jullie vijftigduizend gul-
286