terug aan die vikings. En hoe, meisje, ik ga terug met de boot. Ik heb genoeg van vliegen. En waarom niet? M’n jongens doen het prima. Die ouwe vader wordt zo langzamerhand decoratie.’
Dat laatste meende hij niet en hij wist dat wij het niet geloofden. Hij komt dus weer. Gelukkig, ’s Middags sprak ik met Chaim, in zijn kantoor. Een beetje eerbiedig zat hij me aan te kijken. Ik zei:
‘Chaim, jongen. De tijd begint te veranderen. Je hebt de afgelopen dagen kunnen lezen van personeelsont-slagen. Van kortere werktijden. Van een paar grote plei-tes in de bouwwereld. De eerste slachtoffers zijn altijd die zaken waarvan de leiding nooit heeft gedeugd. Daar zaten jongens die maar uitgeven, in dure auto’s rondrijden, zich veel te hoge salarissen toeëigenen. De tijd van voortdurend uitbreiden is voorlopig voorbij. Je moet je geheel instellen op de vraag naar het normale gebruik van mensen die piekeren om rond te kunnen komen. Vergeet fusies. Zorg dat je een niet te groot bedrijf wordt, waar het brood van de mensen safe is. Ik wil rechtstreeks niet praten met die doctorandi. Als vader geef ik je een beetje les en doe dat later op dezelfde manier als er eens een kleinzoon van me geboren wordt.’
‘Vader, ik ben wel veranderd in de afgelopen maanden. Ik vind het fijn, dat u de kroon niet van m’n hoofd hebt weggenomen. Dat ik m’n gezicht niet verloren heb. Ik zal proberen u tevreden te stellen.’
‘Goed, jongen. Je bent een Koerlander, probeer in de loop der jaren een oude Koerlander te worden. Zoals oom Salomon.’
‘En zoals u, vader.’
‘Chaim, wijs alle fusies van de hand. Licht die docto-
280