hadden Debbie en ik gewacht op Judiths komen en al de sandwiches opgegeten.
Stralend kwam ze binnen. Zei niets. Zoende ons allebei stevig op onze wangen. Toen glipte ze in bed. Met een diepe zucht van verlichting.
Het duurde nog wel een halfuur voordat ik Debbies regelmatige ademhaling hoorde. Nu kon ik ook gaan slapen. Toen ik m’n ogen sloot hoorde ik Rubens stem: Er is geen gisteren, er is geen morgen. De eer van een vrouw, de eer van een familie zijn van alle tijden ...
244