De chantage op Floris Waerdein verliep niet op een klassieke manier. Zijn advocaat had de zaak grondig op papier gezet en was vastbesloten de Justitie erin te betrekken als de secretaresse en haar kerel de overeenkomst niet zouden tekenen. Voordat het stel zich liet aandienen hadden we nog een gesprek:
De rechtsgeleerde zei:
‘Ik begrijp u niet, meneer Waerdein. Geen cent en de Justitie!’
‘Mijn naam, meester! En mijn huwelijk. Ik heb het mijn vriend al gezegd. Een kind bij een ander neemt een echtgenote nooit.’
‘Ik heb in het contract opgenomen dat het geld door de bank ter beschikking wordt gesteld nadat het kind is geboren en de inschrijving in het Bevolkingsregister op haar naam heeft plaatsgehad.’
Floris Waerdein dacht even na. Antwoordde:
‘Een harde straf voor haar. En eerlijk is-eerlijk, ik was ook niet onschuldig. Ik heb op haar gejaagd!’
‘Goed, meneer Waerdein. Ik zou het er niet ingezet hebben als die kerel niet was opgedoken.’
We zwegen totdat ze werden binnengeleid in het kantoor. Hij. Een mislukte filmster met een slecht en al wat verlopen gezicht. Maar een he-man wat zijn figuur betreft.
Onwillekeurig stonden we op. Floris en ik zijn nogal stoere mannen. De advocaat niet. Maar wat hij tegenover de krachtpatser miste werd meer dan goed gemaakt door zijn onmeedogende welsprekendheid. Eenmaal deden Floris en ik een dreigende stap in de richting van dat louche individu. Dat was toen hij de kleine magere advocaat trachtte te intimideren met zijn brede
*33