te voelen voor uw voorstellen.’
‘Maar wat hebt u er toch op tegen? Met ons kapitaal, onze know-how, onze Amerikaanse verkoopmethoden, maken we van uw bedrijf het belangrijkste in Europa. Onze fabrieken in Duitsland en Frankrijk zullen ondergeschikt worden gemaakt aan de Nederlandse dochter.’
‘En de Nederlandse dochter aan de Amerikaanse moeder.’
Hij keek me, wat het volk kernachtig zegt, ‘vuil’ aan.
‘Wij hebben nog geen meerderheid, meneer Koerlanden’
‘Maar u blijft intrigeren totdat u die hebt. Dan is het gedaan met het Nederlandse bestuur. Amerikaanse methoden en opvattingen vieren dan hoogtij over ons personeel. Wij huldigen nog Europese opvattingen.’
‘Die zijn feodaal.’
‘Als die feodaal zijn, dan was dat stelsel niet zo slecht. Hoe heet het Amerikaanse?’
Hij keek me wat onthutst aan. Toen zei hij ruw:
‘Ik kwam hier om zaken te doen. Niet om te filosoferen.’
‘Ik doe die zaak met u niet! Ik wil geen tweede soort Amerikanen om me heen hebben en ik wens geen instructies van een of andere geheimzinnige leider.’
‘Ik geloof dat u de controle over uw woorden begint te verliezen. Ik protesteer tegen uw uitdrukking “tweede soort Amerikanen”.’
‘Ik handhaaf die woorden. Vraagt u maar eens rond bij de mannen die horig geworden zijn aan Amerikaanse deelnemingen. Net als wij, in onze slechtste koloniale tijd, zenden zij geen eerste soort mannen. Wat hier veelal wordt heengestuurd zijn ruwe volksjongens, die veel
22