Maar ik geef je een stukje van mijn vermogen in beheer. Ik heb je al gezegd, je bent gelukkig zo fatsoenlijk dat ik zoiets met een gerust hart doe. En ik doe nog iets. Ik ga Liepmann-aandelen kopen. En in de States begin ik wat Grants te verzamelen.’
‘Salomon, wat ga je doen?’
‘Aderverkalking heb ik gelukkig nog niet. De meerderheid Koerlander komt nu in handen van ons twee, Liepmann ga ik een beetje pesten omdat hij stiekem Koerlanders kocht, Grants ga ik kopen om er wat aan te verdienen. Die ouwe Grant, die mesjogge Alexander de Grote, biedt mij of m’n jongens een hoop dollars voor een flink pakketje. Hij wil coüte que coüte een wereldrijk.’
‘Je hebt veel vertrouwen in me, Salomon.’
‘Ook in Chaim. De cijfers van de afgelopen zes jaar na jouw bewindstijd zijn goed. Maar vooral fatsoenlijk. Weet je, Mare, fatsoenlijke cijfers worden hoe langer hoe zeldzamer.’
‘Je gelooft toch nog in fatsoen, Salomon!’ riep ik uit.
‘Ik geloof er niet in. Maar ik hoop altijd. En zo nu en dan wisselt Haqodaush boroech hoe een stukje van mijn hoop in voor een fatsoenlijke kerel of een fatsoenlijke vrouw. Zoals op de bankbiljetten stond. “De Neder-landsche Bank betaalt aan toonder tien gulden.” Stond!! Mare, dat weglaten van dat zinnetje, dat in-fatsoenlijke zinnetje, tekent beter dan tien professorale verhandelingen over veranderde moraal.’
Hij stond op, liep langzaam naar het balkon. Keek over de tuinen. Ik stond naast hem. Twee bejaarde forse kerels. Ik zei voor me heen:
‘Sterven we uit?’
x97