‘Wat dacht jij, Koerlander! Je komt naar Amsterdam, je vraagt een ploegie met tien miljoen. Ik zorg daarvoor en jij renteniert maar rustig door. Mijn vrienden beginnen aan m’n kop te zeuren en me te vertellen dat ze geen geld voor de lol gereedhouden. Bovendien begonnen ze winst te ruiken. Je denkt, dat ik je bedonderd heb, hè?’
Ik antwoordde daar niet op. Na zes jaar rentenieren was ik blijkbaar vergeten dat geldbewegingen niet uit filantropie op gang worden gebracht, vooral niet wanneer er zulke bedragen mee gemoeid zijn. Langzaam dronk ik mijn Spa-water. Keek hem daarbij onderzoekend aan.
‘Willen jullie met die aandelen als belegging blijven zitten?’
‘Nee.’
‘Wat willen jullie?’
‘Winst.’
‘Je hebt 18 %, de koers is 250. Je hebt dus voor 4,5 miljoen erin zitten.’
‘Ja. En we hebben nog 5,5 miljoen voor het eindspel.’
Hij dronk in één teug zijn glas sherry leeg. Zette het neer met een harde tik. Dreigend boog hij zich voorover, zei:
‘Winst, Marrecie! Ik zal het je niet te zwaar maken. Voor 260 willen we verkopen. Dan verdienen we iets.’ Ik rekende vlug met gesloten ogen. Achttienhonderd aandelen tegen een geschatte gemiddelde winst van 15 punten is 1800 X 150 gulden is tweehonderdzeventig-duizend gulden..
‘Geen slecht zomerseizoen voor je, Floris.’
‘Het moet met vieren gedeeld worden!’ riep hij kregel.
188