zenden Joodse huisarchieven als oud papier opgedoekt, en die ene, die openrijtende brief had zij gevonden. En deze haar patroon niet bespaard. Waarom?
Ik moet wel heel lang op mijn bureauschel hebben ge-drukt, want de sex-bomb, die tijdelijk mijn secretaresse was, kwam werkelijk geschrokken binnensnellen, één hand voor de mond, één hand op haar boezem. Ik gaf haar geen tijd om te vragen.
״Enny Karsten, onmiddellijk hier komen.”
״Zij heeft vandaag verlof van de personeelschef.”
״Halen!”
״Ja maar, wij weten toch niet waar ze is.”
״Halen!!”
Ik ben in jaren niet zo driftig geweest. Door een vuist-slag barstte de glasplaat van mijn schrijfbureau, ik merkte dat pas toen de sex-bomb mijn kantoor was uit-gevlucht.
Ineengedoken met woelende gedachten en zo nu en dan lichte hartkloppingen heb ik gewacht. Na twintig minuten was ze er reeds. Met behulp van twee taxiritten. Niets was er meer in haar van het meisje, dat Ameri-kaanse secretaresse speelde. Zij wachtte gelaten. Ik be-keek haar. Een wel verzorgde, goed betaalde secretaresse, die wist wat ze waard was, ondanks een vleem van angst op haar gezichtje. Ik zei:
״Die brief... een stunt. En een messteek. Waarom?”
״Zijn vrouw drong zo aan,” antwoordde zij zacht.
״Zijn vrouw? Leeft zijn vrouw ook nog? Reina Lopez Suasso? Leeft zij?”
״Ja. Beiden leven, maar hoe.” Zij zei het met afkeer in haar stem en zij wendde even en vol walging het ge-zicht terzij.
84