De laatste Levano

Titel
De laatste Levano

Jaar
1963

Pagina's
290



״Ik ken mijn opdracht, Reina. Het zal je aan niets ont-breken. Hier in dit mijn huis. Aan niets.”

״Gideon, ik leefde een tijdje alleen met mijn misdaad. Mijn geweten zweeg. Als je mij hier houdt, ontwaakt het. Ik zal Joab zien, het brandende nachtlampje, de tube. En jou zal ik zien, die weet... weet... en soms naar mijn handen zal kijken als een wreker. Laat mij gaan, Gideon.”

Ik voelde mijn ogen branden en een schroevende pijn in mijn keel. Verdriet? Zelfbeklag? Sentimentele zwak-heid? Of gewone, eenvoudige menselijkheid. Ik klaagde mijn klacht en hoorde de hare niet.

״Ik weet niet waarom Channah werd weggenomen. En Elsje. En Adam. En Mordechai. Ik weet niet, waarom Joab in mijn huis moest sterven. Ik weet niet, waarom wij samen werden gebracht in onze levensavond, ziek en oud. Kent de Almachtige wrede lust, Reina?”

Toen draaide ik mij om. Ik zag Reina opzitten tegen de kussens, het hoofdje diep gebogen. Scherp was de scheiding in het volle, grijze haar. De vlechten vielen over haar schouders, als de zware kettingen met de stenen van het middeleeuwse schandjuk.

״Antwoord Reina.”

Ze keek niet op, fluisterde:

״Je lastert. Buig je, Gideon. Verlaat het Niets. Dan zal Hagodaush boroech hoe je vrijlaten uit het Ge-Hinnom.”

Ik sloot mijn ogen.

Ik zag Joab Da Fonseca naast Channah, mijn vrouw.

Ik zag Elsje, krimpend van benauwdheid.

Ik zag Adam, zijn brandende machine dwarrelde naar de aarde.

286

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.