zullen onverschillig onze eeuwenlange bloedbaan over-zien. In een luie stoel met een ijsje en een sigaretje. Net eender, zoals wij op de H.B.S. onverschillig waren voor de bloedbaan van de Egyptenaren, de Grieken, de mid-deleeuwers. Wat deden die ons? Niets. Wij verlangden naar de dansles en de bioscoop en opgewonden pink aan pink wandelen.”
״Reina, de eerbied voor de ouderdom is een van onze grote deugden. Ook daar.”
״Gideon, als wij gaan, bergen ze mij op in een oude-vrouwenhuis, ik ben een total loss. Jij nog niet, je kunt zoveel investeren, dat ze je tot honderd jaar blijven aan-moedigen.”
Ze lachte opeens zo smakelijk, dat het bed er van trilde. Haar lach was aanstekelijk, ik glimlachte.
״Kom Reina, maak ze niet zo zwart. Er zijn vele ban-den met de landen buiten Israël, maar wij staan er naast, omdat wij daar kind noch kraai hebben.”
Langzaam ging Reina plat op haar rug liggen. Ze was blijkbaar opeens vermoeid geraakt. Ze staarde naar het plafond, de handen gevouwen op haar borst.
״Als ze wilden, kon er iets zijn. Nooit komt er een geleerde Raw om voor ons te spreken over dingen van de ziel. Ze vragen alleen maar geld en vertonen een filmpje om ons te laten zien, hoe mooi ze het wel doen. Gideon, wat zijn wij, galoeth-joden of Israëli’s in het buitenland?”
״Wij zijn Nederlanders, Reina, joodse Nederlanders. Maar iedere Jood kan naar Kanaan terugkeren en Israëli worden. De ballingschap is ten einde.
״Er zijn landen, die de Joden vasthouden.”
״Dat is gevangenschap, geen verbanning.”
282