״Hella... Hella Gardenier.”
Hella! De duivel kiest voortreffelijk zijn wapens en symbolen.
״Hoe oud bent u?”
״Achtentwintig.”
״Wat kent u?”
״Ik ben een kampioene typen. En dan steno Frans, Engels, Duits en Spaans.”
״Beheerst u al deze talen?”
״Ja, meneer Levano. Ik heb ook M.O. Frans.”
״Opleiding voor directiesecretaresse?”
״Ja, meneer. En ik had zo gehoopt... na Enny Kar-sten... maar mevrouw Van Colmar ging voor.”
Even flitste het door mijn hoofd, dat ik de personeel-chef eigenlijk had moeten bedanken omdat hij Sara naar voren had geschoven.
״Hm... jonge dame... en met deze opleiding kunt u alleen maar denken, dat uw charmes iedere man op de knieën brengen... ook de oude heer voor u?”
Zij keek naar de grond. Het hoofdje terzij, de handen met de schrijfattributen op de rug, de voetjes stijf tegen elkaar.
Ik herinnerde me een vals gekleurde plaat uit mijn jeugd... Germaanse slavin voor een Romeinse veldheer. De slavin fluisterde, nog steeds met de ogen neerge-slagen en een lichte blos op de wangen:
״U keek ook zo... en ik kan er toch niets aan doen, dat ik zo gevormd ben.”
De veldheer mompelde stupide:
״Nee... nee... meisje, daar kun je niets aan doen.”
Ik nam plaats. Zuchtte. Verlegde een paar dossiers. Zuchtte nogmaals om de lange weg, die ik reeds gegaan
272