״Ik besef, dat ik heel weinig van je weet, Sara.”
״Menachem heeft u toch iets verteld.”
״Nauwelijks. Alleen dat je weggaat en dat je dochter Ruth is opgeroepen voor de militaire dienst.”
Nerveus begon zij op haar nagels te bijten en dat had ik nog nooit bij haar opgemerkt. Ik nipte de as van mijn sigaar in het vuur, daarvoor moest ik wat naar voren buigen, mij van haar afwendend.
״Het spijt mij, dat ik gaan moet, meneer Levano. Ik leefde hier, zoals een mens leven moet, in een rustige omgeving.”
״Het spijt mij ook, Sara.” Er was een schorre onder-toon in mijn stem.
״Mijn plaats is bij mijn kinderen,” verklaarde zij.
״Kinderen?”
״Ja, kinderen. Ruth, uit mijn eerste huwelijk, dat een paar maanden heeft geduurd. Ruben is van mijn tweede man, Aaron Moscoviter. Hij sneuvelde in Jeruzalem.”
״Hoe lang duurde je tweede huwelijk, Sara?”
״Ruim een jaar.”
״Waarom heet je niet Sara Moscoviter of naar je eerste man, Sara Hartog?”
״Mijn kinderen hebben gelijke rechten. Daarom draag ik mijn meisjesnaam.”
״Waar is Ruben nu ? Het is toch nog maar een jongen?”
״Zij wonen tijdelijk bij Aarons moeder in Tel Aviv. Nu Ruth moet dienen, wil ik terug. Ik verlang naar mijn kinderen.”
Er heerste een korte tijd stilte.
״Betaalt die bank daar goed, Sara? Kan ik iets voor je doen?”
״Dank u, meneer Levano. Ik kan rondkomen en dat
264