״Mogelijk, maar haar blijven had het lot over de uwen niet afgewend. Deze vrouw en haar dochter moesten blijven leven.”
״Voorbeschikking?” vroeg ik een beetje heftig. ״U gelooft dus toch? Uw glimlach op het kerkhof was dus niet echt gemeend?”
״Ik geloof in een harde Macht. Noem hem zoals u wilt. Een harde Macht, die werelden van strijd heeft ge-schapen, zichtbaar en onzichtbaar. Iedere seconde wor-den miljarden levens vernietigd en weer geschapen. Ach, meneer Levano, ik hoef u niets te vertellen. Er is strijd in uw bloed, er is strijd op uw huid, er is strijd tussen mens en mens, er is strijd tussen dier en dier, tussen plant en dier, tussen mens en plant en dier, doodsstrijd in de lucht die u inademt. Een aantal zal leven, een aantal zal sterven. Toevallig waren Sara en Ruth bij de eerste, de uwen bij de veroordeelden. De Macht heeft geen voorkeur, de Macht telt zonder de eenling aan te zien.”
Ik wist niets te antwoorden. Zijn woorden waren mijn gedachten. Hij nam weer plaats. Zijn opwinding was voorbij.
״Vertel verder, Menachem.”
Onderzoekend keek hij mij aan, maar mijn jaren weer-hielden hem te protesteren tegen deze vertrouwelijkheid na slechts enkele uren.
״Zij werd opgenomen door Poolse boeren. Vreemd, want het Pools antisemitisme stond nog slechter aange-schreven dan het Duitse, maar ja, overal bloeien bloemen, zelfs op een mesthoop. Na de oorlog liep ze naar Wenen, van dorp tot dorp, ze gaven haar overal te eten. Mis-schien uit angst, misschien uit wroeging, mogelijk ook
254