oude-mannenachtig mijn handen over elkaar wrijven en in het vuur staren. Ik voelde, dat Menachem naar mij keek en ik beantwoordde zijn blik niet, toen ik ver-volgde:
״Ik weet heel weinig van Sara’s leven.”
Menachem kende blijkbaar voor nuchtere zaken slechts één manier van spreken, Direct op het doel af, geen subtiele woordkeus en geen diplomatie. Flink hard stoten. Klaar. Volgende zaak.
״Dat is naar mijn mening niet zo belangrijk, meneer Levano. Waarom zou een man zich verdiepen in het leven van zijn secretaresse. Die paar maanden zijn de moeite niet waard.”
״Zelfs één dag iemand kennen, kan de moeite waard zijn, meneer Van Colmar.”
Hij haalde zijn schouders op, graaide op soldaten-manier in zijn zak naar een pakje sigaretten, maar be-seffend dat het sabbat was, stak hij ze weer stuntelig terug. Hij glimlachte verlegen, toen ik hem aankeek.
״We kunnen het Sara niet aandoen, dat ze morgen as en peukjes zou vinden.” zei ik.
״Laat u het voor haar?”
״Ja. Ik respecteer haar sabbat. En haar hoogtijdagen. Straks, als ze vertrokken is, zal ik volledig in mijn oude doen vervallen,” antwoordde ik somber.
Toen achtte hij de tijd gekomen om mij alle illusies te ontnemen. Alsof er geen klein tussengesprek was ge-weest, zei hij:
״Ruth is de dochter uit haar eerste huwelijk. Dat werd gesloten in een hoek van de wachtkamer van het station. Een choepah te midden van dodelijk vermoeide en angstige mensen. Tussen koffers en rugzakken en
252