verdomde ellendeling. En ik meende het hartgrondig en voelde me opgelucht.
Toen ik na twee uren dwalen en zoeken thuiskwam, wachtte Sara mij op. Ook zij had Reina niet gevonden. Zwijgend gingen wij naar onze kamers.
De volgende morgen aan het ontbijt was Sara bijzonder kalm en zei begrepen te hebben, dat mevrouw Da Fon-seca het recht had over haar eigen leven te beschikken en dat ik veel voor hen gedaan had. Ik knikte goed-keurend. Avond- en ochtendgedachten verschillen als de nacht en de dag. Wij spraken af te trachten de ver-blijfplaats van Reina te weten te komen en dan een oog in het zeil te houden en haar op de een of andere manier financieel te steunen. Voorts besloot ik de bouw van de bungalow te laten voortgaan en hem volgens de plannen te meubileren. Verbaasd bekeek Sara mij en ik was weer eens trots een zoon te zijn uit het rijke bankiersgeslacht Gideon Levano & Zonen. Arm en tevreden staat goed in romans anno 1900, maar het ruime bewegen waartoe ik in staat ben gesteld, beviel mij uiteindelijk toch bijzon-der. Daarom glimlachte ik naar Sara en besloot iets moois voor haar te kopen als dank voor haar vele en goede zorgen in de afgelopen dagen.
Om tien uur reden wij naar de bank. Ons dagelijks leven werd hervat. Joab en Reina Da Fonseca maakten plaats voor kredieten en remises.
Er volgden veranderingen. Ik verzocht Sara ontslag te nemen als secretaresse en mijn huishoudster te worden. Ze keek mij aan met een zeer bijzonder, bijna onmerk-baar glimlachje, zo iets als van de Mona Lisa. Ze over-