haar zwarte kleding, met zilverwitte haren om het oude gezichtje, leek ze een bejaarde douairière. Wij stonden allen rond de lange tafel en het scheen mij toe, dat ze geamuseerd naar ons keek, toen ze sprak:
״Lieve mensen, ik dank u allen hartelijk voor de blijken van medeleven en uw bereidwilligheid om de heer Joab Da Fonseca te begeleiden op zijn laatste tocht. De heer Joab Da Fonseca rust nu, vermoeid door het zware leven tijdens de oorlog en zijn voortschrijdende ontreddering in de laatste jaren. Ik weet, wat hij geleden heeft in de ogenblikken dat hij helder was en besefte hoe zijn verstandelijke vermogens zich omvormden tot iets gruwelijks. Dagen en nachten dacht hij zich achter-volgd door menselijke monsters met helse werktuigen. Daarbij was de vertelling van Dante slechts kinderspel. Waarom het Opperwezen hem deze tortuur heeft op-gelegd, zal een niet beantwoorde vraag blijven. Ik kende Joabs leven, deze straf was onverdiend. Nu rust mijn Joab, al dat vreselijke is voorbij. Een niet te be-schrijven vreugde voor mij, zijn vrouw. Ik behoef het niet meer aan te zien, hoe mijn man moest lijden, hoe hij zich wrong om aan die vreselijke achtervolging te ontkomen, hoe hij transpireerde van angst en ontzetting en mijn hand, die hem strelen wilde, wegsloeg omdat die in zijn ogen een martelwerktuig was. Er is geen reden voor mij om te treuren, integendeel. Zou ik nu de eeuwenoude ritus volgen, dan was dat huichelarij. Dit geval is niet enig op de wereld. Miljoenen mensen zijn innerlijk dankbaar, dat het lijden van een dierbare ten einde is. Dat is niet beschamend, maar een hoogtepunt van menselijke liefde. Men treurt om een verlies, maar de verlossing van mijn Joab was geen verlies. Het was een
237