meneer Levano was vermoeid en terneergeslagen. Bovendien had meneer Levano zeer veel te regelen, maar meneer en mevrouw Katz wilden dat wel begrijpen en zij deden er beter aan hun avond niet te bederven ter wille van onze narigheid.
En nu was David Katz slippendrager. Ik wist dat hij het geen verloren tijd vond, want hij was mij nu zeer dicht genaderd. Na afloop van de begrafenis zouden wij elkaar de hand geven, want wij waren nu toch twee joodse mannen, die samen één van ons hadden begraven. En ik zal hem straks uitnodigen om zijn vrouw te ver-tonen. Hij zal dat enthousiast aanvaarden en over X-tijd zal David Katz mij ten kantore komen bezoeken om mij te vragen hem te helpen bij de vorming van een naam-loze vennootschap. Hij zal mij een commissarisplaats aanbieden, die ik zal weigeren, maar zijn bankrekening zal hij openen bij Gideon Levano & Zonen, want dat doet men toch als men elkaar zo intiem kent na een be-grafenis en een avondbezoek? En niet te vergeten samen ondergedoken geweest! D. Katz N.Y., bankiers Gideon Levano & Zonen. David zal steeds glimlachen als hij een cheque uitschrijft. Vreemd dat een mens zich vereerd kan voelen door een oude familienaam.
Met dit soort gedachten schreed ik waardig achter de baar van Joab Da Fonseca. Ik was mij bewust, dat ik niet anders denken kon, omdat Joab en Reina niet in mijn binnenste leefden. Ik deed tegenover hen mijn menselijke plicht, zonder innerlijke warmte.
Wij stonden rond het graf en terwijl de rabbijn de gebe-den zegde en allen naar de grond staarden, keek ik op. In de ogen van Mcnachem van Colmar, hij glimlachte
231