noch twijfel. Geen Niets. God, de Almachtige, was in zijn levensdagen, alle uren, alle minuten, alle seconden. Wat Hij deed, was wel gedaan, vreugde en leed. Al-phonse de Villeneuve aanvaardde. Alles komt van God, de mens heeft slechts te zijn en te gehoorzamen.
Eergisteravond, toen ik Kaddish had gezegd en het gebedenboek gesloten, draaide ik mij om. Alphonse stond bij de open deur van mijn kamer. Even schrok ik, zijn komst was zo geruisloos geweest of mijn aandacht voor het gebed te gespannen. Wat stuntelig nam ik mijn hoed af, het is wat vreemd voor een Christen een Jood met zijn hoed op te zien bidden. Zonder groet kwam hij naar me toe en zei op zachte toon:
״Kan ik iets voor je doen, Gideon?”
״Voor mij niets Alphonse, misschien wel voor de weduwe.”
״Dat deed ik.”
Verbaasd keek ik hem aan. Zijn gezicht bleef onbe-wogen, geen hovaardij, geen zelfbewustheid. Niets dan de ernst en het vanzelfsprekende om voor een medemens iets te doen.
״Is haar voorlopige vrijheid aan jou te danken, Al-phonse?”
״Dat weet ik niet. Ik heb meneer de Officier slechts gevraagd te overdenken of grove onvoorzichtigheid een reden is om iemand in voorlopige hechtenis te nemen. Blijkbaar geeft de wet hem daartoe geen recht.”
Ik glimlachte, maar Alphonse keek mijn glimlach weg, want die was nu beledigend.
״Het is begrijpelijk, dat je dacht dat ik enige invloed had. Ik ben slechts een gepensioneerd, ambteloos bur-ger, niets meer maar ook niets minder. Iedere bur-
228